Achtergrondinformatie
bij het aannemen van de Verklaring over de Rechten van Inheemse Volken door de
Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 13 september 2007
De inheemse volken hebben een lange weg moeten afleggen om hun rechten internationaal erkend te krijgen. Reeds in 1923 reisde de Haudenosaunee leider Deskaheh naar Genève om daar de toenmalige Volkenbond toe te spreken. Hij wilde daar het recht van zijn volk verdedigen om onder hun eigen wetten te leven, op hun eigen land en vanuit hun eigen geloofsopvattingen. Hij kreeg toen echter geen kans om de internationale gemeenschap toe te spreken.
Pas in september 1977 gingen de deuren van de Verenigde Naties open voor vertegenwoordigers van inheemse volken. De Internationale NGO Conferentie over Discriminatie tegen de Inheemse Bevolking in de Amerika's gaf hun toen toegang tot het gebouw van de VN in Genève. Vijf jaar later creëerde de VN Sub-Commissie ter Voorkoming van Discriminatie en Bescherming van Minderheden de Werkgroep inzake Inheemse Bevolkingen. Deze werkgroep begon in 1985 met het opstellen van de verklaring die nu, na 22 jaar onderhandelen, door de Algemene Vergadering van de VN is aangenomen.
In juni 2006 nam de
VN Mensenrechten Raad de Verklaring van de Rechten van de Inheemse Volken aan.
In laatste instantie, bij de Algemene Vergadering, dreigde het aannemen van de
Verklaring echter alsnog te mislukken. In december 2006 werd de stemming over
het aannemen van de verklaring door de Algemene Vergadering uitgesteld. De
groep van 51 Afrikaanse staten en een groep staten bestaande uit o.a. Canada,
Australië, de Verenigde Staten en Nieuw-Zeeland dienden vervolgens
wijzigingsvoorstellen in. Deze amendementen zouden cruciale rechten zoals het
recht op zelfbeschikking en het recht op land en natuurlijke hulpbronnen
ernstig hebben ingeperkt en ondergeschikt gemaakt aan nationale wetgeving. Op
het laatste moment kon echter een compromis worden gesloten met de Afrikaanse
staten over een tekst die ook gesteund wordt door een grote meerderheid van de
andere staten. Het compromis werd mogelijk door 9 wijzigingen aan te brengen in
de tekst die was aangenomen door de Mensenrechtenraad. Omdat de Verklaring een
overeenkomst is tussen staten, was dit compromis cruciaal om het aannemen van
de Verklaring mogelijk te maken.
Inheemse volken
konden, vooral in de laatste fase, niet officieel deelnemen aan de
onderhandelingen. Desondanks zijn zij onvermoeibaar blijven lobbyen om de
staten te bewegen een compromis te sluiten. Ofschoon inheemse volken de
voorkeur zouden hebben gegeven aan de oorspronkelijke tekst die was aangenomen
door de Mensenrechtenraad, konden de meeste inheemse volken het compromis
steunen. Uiteindelijk heeft de Verklaring die nu door de Algemene Vergadering
van de VN is aangenomen niet alleen brede steun van de staten, maar ook brede
steun van de meerderheid van inheemse volken van over de hele wereld.