Aan de minister van Buitenlandse Zaken Maxim Verhagen

 

Amsterdam, 16 juli 2009

 

Geachte minister Verhagen,

 

De ondergetekende organisaties vragen u om uw invloed aan te wenden om de onderhandelingen over het associatieverdrag tussen de EU en de Andes-landen te staken totdat gegarandeerd is dat het verdrag de rechten van inheemse volken niet aantast. Tevens vragen wij u een klacht in te dienen tegen Peru op basis van ILO Verdrag 169 over inheemse en in stamverband levende volken.

 

1. Staken onderhandelingen associatieverdrag EU – Andes-landen

Dit verzoek heeft twee aanleidingen. De eerste is het militaire geweld dat op vrijdag 5 juni in Bagua (Peru) werd ingezet om een wegblokkade van de protesterende inheemse bevolking te beindigen, met als gevolg minstens 40 doden en 200 gewonden. In Bagua zijn ongewapende inheemse demonstranten die wilden wegvluchten, in de rug geschoten door Peruaanse militairen. De inheemse volken in Peru protesteren tegen het associatieverdrag met de EU en het vrijhandelsverdrag met de VS, omdat deze de weg vrij maken voor de komst van olie-, mijnbouw- en houtkapbedrijven naar inheemse territoria.

 

De tweede aanleiding is het vandaag in Brussel gepresenteerde onderzoek, in opdracht van de Europese Commissie, naar de impact van het associatieverdrag met de Andes-landen: de zogenaamde 'Sustainability Impact Assessment'. Dit onderzoek stelt dat de lokale en nationale conflicten van de laatste vijf jaar kunnen aanzwellen door een verdere uitbreiding van mijnbouw en oliewinning. Het onderzoek concludeert dat er aandacht moet zijn voor de fragiele, politieke situatie waarin een op mineralen gebaseerde economische groei zich ontwikkelt. Volgens het onderzoek worden conflicten aangewakkerd door de concurrentie om land en water en de negatieve effecten van mijnbouw en oliewinning: enclave-economien, sociale problemen en schade aan het milieu. Feitelijk waarschuwt de impactstudie u voor een herhaling van wat er in Bagua is gebeurd.

 

De inheemse volken verzetten zich tegen de milieuschade die als negatief effect wordt genoemd in het onderzoek naar de impact van het associatieverdrag. Uw buitenlands beleid ten aanzien van Latijns Amerika stelt dat armen bijzonder kwetsbaar zijn voor milieudegradatie omdat zij veelal leven in marginale gebieden en voor hun directe levensbehoeften sterk afhankelijk zijn van het milieu. Dit punt geldt voor de volle honderd procent voor de inheemse volken in het Amazonegebied. Als de rivier wordt verontreinigd met ruwe olie, zijn zij gedwongen water met ruwe olie te drinken. Het onderliggende probleem, dat ook staat vermeld in uw buitenlands beleid, is dat de landrechten van inheemse volken vaak niet worden erkend door de overheid. Dat is de basis van het conflict. De inheemse volken in de Amazone zijn tegen de olieconcessies op hun territoria die door de regering worden verkocht zonder hun toestemming. De inheemse volken willen zelf bepalen hoe zij zich economisch ontwikkelen en verdedigen hun territoria tegen alle bedrijven die hun regenwoud - en daarmee hun cultuur - komen vernietigen en vervuilen. Het is belangrijk om te weten dat het in Bagua gaat om inheemse volken die er trots op zijn dat ze nog nooit zijn gekoloniseerd. Het Nederlands Centrum voor Inheemse Volken voorziet dat de conflicten in het Amazonegebied, met name in de Andes-landen, in intensiteit en aantal zullen toenemen in de komende jaren. Erkenning van de landrechten van inheemse volken is dŽ voorwaarde voor de duurzame en ecologische ontwikkeling van het Amazonegebied - een van de Nederlandse doelstellingen van associatie, naast het bevorderen van democratie, mensenrechten, goed bestuur en sociale cohesie. Voor het behalen van deze doelstellingen stelt uw buitenlands beleid als voorwaarde dat de samenhang tussen het handels- en investeringsbeleid van de EU enerzijds en haar inspanningen op het gebied van armoedebestrijding, mensenrechten en milieu anderzijds, gewaarborgd blijven. U wil zich in Europees verband hard maken voor deze samenhang. Gelet op de verschrikkelijke gebeurtenissen in Peru en de resultaten van de impactstudie, zijn wij van mening dat deze samenhang op dit moment niet is gewaarborgd en daarom vragen wij u om de onderhandelingen te staken.

 

2. Indienen van klacht tegen Peru op grond van ILO Verdrag nr. 169

 

Tot op heden heeft Nederland nog niet zichtbaar gereageerd op het geweld van de regering van Peru tegen de protesterende inheemse bevolking. In het geval van Iran heeft Nederland dat wel gedaan. Naar eigen zeggen heeft u de Iraanse diplomaat die op 16 juni 2009 op het ministerie werd ontboden, Òin buitengewoon ondiplomatieke bewoordingenÓ duidelijk gemaakt wat u vond van het Òbuitensporige geweldÓ van de Iraanse regering tegen demonstranten. We kunnen niet met twee maten meten als het om mensenrechtenschendingen gaat. Daarom vragen we u nu om ook een krachtig signaal af te geven aan de regering van Peru. Wij vragen u een klacht (in de zin van Artikel 26 lid 1 van de Constitutie van de ILO) in te dienen tegen Peru wegens ernstige schending van ILO Verdrag 169 over inheemse en in stamverband levende volken. Peru heeft dit verdrag met name geschonden door militair geweld te gebruiken tegen de inheemse bevolking – schending van Artikel 3. Daarnaast door de betrokken volken niet te raadplegen, via de instellingen die hen vertegenwoordigen, bij de uitvaardiging van elf decreten over het gebruik van land en natuurlijke hulpbronnen in het Amazonegebied –  schending van Artikel 6. Deze decreten zijn het gevolg van een verplichting in het vrijhandelsverdrag met de VS. Na aanhoudende protesten en stakingen in het hele land, heeft het Peruaanse parlement op 18 juni de twee meest omstreden decreten ingetrokken. Enkele dagen later kreeg de Brits-Franse oliemaatschappij Perenco toestemming van de Peruaanse regering om naar olie te boren in de Amazone, Blok 67, het grondgebied van twee gesoleerd levende inheemse volken.

 

De Peruaanse regering gaat door met het schenden van mensenrechten. Een van de leiders van de inheemse organisatie AIDESEP, Alberto Pizango, werd aangeklaagd voor het aanwakkeren van de opstand. Om te ontkomen aan de politie moest hij vluchten. Sinds 9 juni leeft hij in ballingschap in Nicaragua. Een maand later vragen twee andere inheemse leiders van AIDESEP politiek asiel aan in de ambassade van Nicaragua in Lima, omdat ook zij in staat van beschuldiging zijn gesteld: de broers Saul en Servando Puerta Pena. Een onderzoekscommissie van Amnesty International is in Peru om de gebeurtenissen in Bagua te onderzoeken: 21 arrestanten zitten nog steeds vast. Meldingen over gemartelde arrestanten zijn aan Amnesty gerapporteerd. Illustratief is de televisiespot die de Peruaanse regering daags na de slachtpartij in Bagua lanceerde. Daarin zijn dode politieagenten te zien met boodschappen als ÒDit is hoe extremisme zich gedraagt tegenover PeruÓ en ÒExtremisten willen de vooruitgang in Peru tegenhouden met steun uit het buitenlandÓ. Met deze televisiespots worden inheemse mensenrechtenactivisten ten onrechte afgeschilderd als extremisten. Het Europees Parlement verklaarde op 11 juni: ÒWe keuren de racistische uitspraken van Alan Garcia afÓ.

 

Nederland en Peru hebben in september 2007 in de Algemene Vergadering van de VN beiden gestemd voor de VN-Verklaring over de Rechten van Inheemse Volken. Nederland en Peru hebben daarmee een verplichting op zich genomen om de rechten van inheemse volken te bevorderen. 

 

Hoogachtend,

 

Nederlands Centrum voor Inheemse Volken, Leo van der Vlist

Mensen met een Missie, Victor van Oeijen

'FoodFirst Information and Action Network' (FIAN), Gudrun Muller

cc.  minister van Sociale Zaken, Piet Hein Donner

cci. minister van Ontwikkelingssamenwerking, Bert Koenders

ccii.                 staatssecretaris Economische Zaken, Frank Heemskerk

cciii.                Arjan Hamburger, Mensenrechtenambassadeur

cciv.                Willem van Genugten, voorzitter Commissie Mensenrechten AIV

ccv.                 Leden Tweede Kamer Commissie Buitenlandse Zaken