Aandacht voor de rechten van de Guarani en de problematiek rond biobrandstoffen in Brazilië n.a.v. de film Birdwatchers

De film “Birdwatchers” die binnenkort in Nederlandse bioscopen te zien is laat zien dat er sprake is van ernstige misstanden bij het produceren van rietsuiker, dat o.a. als grondstof dient voor de biobrandstof voor Europese auto's. Naar aanleiding van deze film hebben het NCIV, CIMI, FIAN Nederland, FIAN Brasil, Global Forest Coalition, Mensen met een Missie, Steungroep Indianen in Brazil en Survival International besloten extra aandacht te vragen voor de rechtenschendingen bij de Guarani en de problematiek rondom biobrandstoffen via een petitie aan de Tweede Kamer. Zij worden daarbij tevens gesteund door BothEnds, Cordaid en Stichting Natuur en Milieu. Als alles goed gaat wordt deze petitie op 7 april overhandigd. Het is juist nu van belang dat politici aandacht krijgen voor deze problematiek, omdat de vraag naar biobrandstoffen wordt aangewakkerd door EU beleid en de EU voor de productie van duurzame biobrandstoffen geen criteria stelt voor de sociale aspecten. Toch heeft de premier zich onlangs heeft uitgesproken dat de EU alleen duurzame biobrandstoffen zonder negatieve bijeffecten op mens en natuur wil produceren. Daarnaast heeft Shell zeer recentelijk aangekondigd meer te gaan investeren in biobrandstoffen.

 

Negatieve effecten van biobrandstoffen in Brazilië

Op het land dat volgens de Braziliaanse grondwet van 1988 binnen 5 jaar had moeten worden teruggegeven aan de Guaraní-Kaiowá in Mato Grosso do Sul wordt vooral soja en suikerriet verbouwd, het oorspronkelijke bos is grotendeels gekapt. Het proces van demarcatie,  afbakening en regulering van deze inheemse leefgebieden (tekoha) door de FUNAI (Federaal Overheidsorgaan voor Inheemse Zaken) wordt systematisch tegengehouden door invloedrijke grootgrondbezitters en internationale investeerders. Suikerrietplantages voor bio-ethanol zijn in deze vruchtbare gebieden de afgelopen jaren met 32% toegenomen. Er zijn bovendien plannen voor nog 68 ethanoldistilleerderijen  in Mato Grosso do Sul.[1]

 

Ondertussen kunnen de Guaraní leefgemeenschappen niet langer op de toekenning van hun land wachten: "De meerderheid van de Guaraní-Kaiowá leven in 27 officieel erkende gebieden in het zuiden van de staat Mato Grosso do Sul. Deze behoren tot de kleinste, armste en dichtstbevolkte inheemse gebieden in Brazilië: kleine stukjes platteland vol armoede omgeven door grote soja- en suikerrietplantages, en overbevolkte stedelijke reservaten waar het leven geplaagd wordt door ondervoeding, ziekte, armzalige levensomstandigheden, zelfmoord, geweld en alcoholisme.”[2] Een Braziliaanse federale afgevaardigde noemde de hoge sterftecijfers van de Guaraní-Kaiowá een “ware genocide tegen inheemse mensen in Mato Grosso do Sul ”[3]

 

De extreme armoede, werkloosheid, uitbuitingen en uitzichtloosheid hebben grote sociale spanningen binnen de gemeenschappen en alcoholmisbruik tot gevolg, een fatale combinatie die leidt tot veel intern geweld. In 2008 werden 42 Guaraní-Kaiowá vermoord, in 2007 in totaal 53. Bovendien is het zelfmoordcijfer extreem hoog. In 2008 pleegden 34 Guaraní-Kaiowá zelfmoord, in 2007 in totaal 23, daaronder een opvallend hoog aantal tieners. In 2007 werden twee Guaraní- Kaiowá leiders vermoord als gevolg van landconflicten. Beide moorden blijven onopgehelderd. 95% van de Guarani-Kaiowá zijn afhankelijk van voedselpakketten van de overheid – tussen 2005 en 2008 zijn meer dan 50 kinderen aan ondervoeding overleden. Gemeenschapsleider Carlitos van Paso Pirajú zegt: “Hoe kan een familie bestaande uit twaalf personen eten van 2 zakken rijst, 1 kilo bonen, 1 kilo bloem, 1 liter melk en 1 liter olie? In minder dan een week is alles op! En komt er een voedselpakket voor onze kinderen? Wie voedt ons over tien jaar?” Terwijl hij dit zegt, wijst hij trots naar het land dat van hen zal zijn: “DIT is ons voedselpakket. Alleen de aarde kan ons voedsel garanderen.”[4]

 

Daarnaast tonen enkele recent verschenen rapporten ook aan dat er sprake is van ernstige mensenrechtenschendingen en aantasting van het milieu bij het produceren van biobrandstoffen.

 

Het FIAN rapport “Agrofuels in Brazil[5] trekt alarmerende conclusies:

-        Er is sprake van systematische en meervoudige schending van mensenrechten van de suikerrietwerkers, inheemse volken en kleine boeren. Deze schendingen zijn direct of indirect gerelateerd aan overheidsbeleid dat de productie van biobrandstoffen in Brazilië stimuleert.[6]

-        De expansie van en de groeiende vraag naar biobrandstoffen uit Brazilië hebben een aantal fundamentele mensenrechten zwaar aangetast[7], met name het recht op voedsel - fysieke en economische toegang tot voedsel - , het recht op land, het recht op gezondheid en het recht op arbeid onder billijke en gunstige arbeidsvoorwaarden[8].

-        Daarnaast documenteert het rapport “Agrofuels in Brazil” gevallen van slavernij en dwangarbeid.[9] Deze vormen van extreme uitbuiting komen veel voor in de suikerrietindustrie. In Mato Grosso do Sul zijn inheemse Guaraní bijzonder kwetsbaar voor deze vorm van uitbuiting omdat ze geen andere bron van inkomsten hebben: in 2007 werden 1011 inheemse slaven uit de suikerindustrie bevrijd[10].  In 2007 en 2008 was de suikerrietindustrie in Brazilië de sector met het grootste aandeel slaven.[11].

 

Het rapport “Brazil of Biofuels. Sugarcane 2008” van het Biofuel Watch Centre concludeert:

-         “…ondanks pogingen van de regering en bedrijven in Brazilië om in het buitenland een imago van ‘schone brandstof’ van alcohol uit suikerriet op te houden, veroorzaakt de oogst ervan één van de grootste negatieve impacts op het milieu en op sociale omstandigheden in het land.”[12]

 

Rol van de EU en Nederland

De Europese Unie heeft afgesproken er voor te zorgen dat in 2020 het aandeel van energie van hernieuwbare bronnen in alle vormen van transport tenminste 10% bedraagt van de totale consumptie van energie in de transportsector. Dit zal grotendeels gerealiseerd moeten worden met biobrandstoffen, waardoor de vraag naar grondstoffen voor de productie van biobrandstoffen enorm zal toenemen. Shell heeft recentelijk aangekondigd meer te gaan investeren in de productie van biobrandstoffen, als alternatieve bron voor de schaarser wordende aardolie, ten koste van investeringen in wind- en zonne-energie. De Renewable Energy Directive[13] van de Europese Commissie die de percentages dwingend voorschrijft aan de lidstaten, stelt echter geen criteria voor sociale aspecten en indirecte effecten (zoals bijvoorbeeld het elders uitbreiden van landbouwareaal voor voedselproductie, ten koste van bossen) van het produceren van biobrandstoffen. Op dit moment is de productie van deze biobrandstoffen nog lang niet duurzaam en door het ontbreken van deze criteria zijn er enorme risico’s voor het voortduren van schendingen van mensenrechten en het in gevaar brengen van de voedselvoorziening.

 

Ondanks deze alarmerende zaken en bereidt de Nederlandse regering zich voor op een toename van het gebruik van en de handel in biobrandstoffen. Braziliaans suikerriet vormt hier een belangrijk onderdeel van. De systematische mensenrechtenschendingen en de aantasting van het milieu, zoals in de rapporten omschreven, niet te rijmen met de Cramer Criteria die Nederland heeft opgesteld voor duurzame biomassa, in het bijzonder de criteria 4 & 5, over welzijn en welvaart van inheemse volken, lokale gemeenschappen en arbeiders.[14] Dit staat ook haaks op de recente uitspraak van premier Balkenende “De landen in de Europese Unie willen er absoluut zeker van zijn dat biobrandstoffen ook echt duurzaam zijn geproduceerd. Dus zonder negatieve bijeffecten op mens en natuur.”

(Toespraak Jan Peter Balkenende op Landbouwuniversiteit Sao Paulo, Brazilië, 3 maart 2009).

 

De deelnemende organisaties vragen de Nederlandse overheid daarom:

-         zich te houden aan verplichtingen die voortvloeien uit internationale verdragen en normen op het gebied van mensenrechten, rechten van inheemse volken en milieu.

-         de Europese verplichte bijmengingpercentages van 10% in 2020 voor biobrandstoffen bij te stellen op basis van wat duurzaam verantwoord is, aangezien deze targets de vraag naar bio-ethanol op de wereldmarkt op een onverantwoordelijke manier verhogen en bijdragen aan een toename van mensenrechtenschendingen en aantasting van het milieu in deze sector in Brazilië.

-         zich ervoor hard te maken dat de rechten van inheemse volken en andere sociale en mensenrechtenaspecten en indirecte effecten integraal worden gewaarborgd en gehandhaafd in alle reguleringen van bio-energie, zoals de Renewable Energy Directive van de Europese Commissie.

-         in het kader van het bilaterale handelsakkoord met Brazilië inzake biobrandstoffen, een kritische dialoog met de Braziliaanse regering te voeren inzake de mensenrechtenschendingen en milieuaantasting. Nederland moet garanties eisen dat schendingen van het recht op voedsel, gezondheid, arbeid en het recht op land door de productie van biobrandstoffen niet meer voorkomen in deze sector, noch direct noch indirect.

 

 

 

 



[1] FIAN, Agrofuels in Brazil, p. 64  http://www.fian-nederland.nl/04/AgrofuelsInBrazil20080831.pdf

[2] Amnesty International, "Foreigners in our own country": Indigenous Peoples in Brazil, AI Index: AMR 19/002/2005 (maart 2005), p. 10.

[3] Geciteerd in ibid.

[4]De inheemse Guaraní-Kaiowá iin Brazilië: landtekort en honger in een land van overvloed”, http://www.fian-nederland.nl/04/Guarani%20achtergrondinfo%20NL.pdf

[5] FIAN, Agrofuels in Brazil,  http://www.fian-nederland.nl/04/AgrofuelsInBrazil20080831.pdf

[6] Agrofuels in Brazil, p. 54

[7] Zie Agrofuels in Brazil, p. 54-54

[8] Zie artikel 7, 11, 12,  van het IVESCR verdrag, http://www.unhchr.ch/html/menu3/b/a_cescr.htm

[9] Agrofuels in Brazil, p. 30

[10] Agrofuels in Brazil, p.49

[11] In 2008 zijn 2.553  slaven bevrijd uit de suikerrietproductie in Brazilië. Dat is ruim 50% van alle bevrijde slaven in Brazilië. Bron: Radioagência NP, Sao Paulo 23 januari 2009.

[12]Brazil of Biofuels. Sugarcane 2008“, p. 52

[13] Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 december 2008 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (COM(2008)0019 – C6-0046/2008 – 2008/0016(COD))

[14] Zie Criteria voor duurzame biomassa produktie. Eindrapport van de projectgroep “Duurzame produktie van biomassa”, p. 14