Woestijnbewoners
in Niger verzetten zich tegen uraniumwinning |
Vanwege oplopende grondstofprijzen zoeken bedrijven uit China, Frankrijk, Canada, Rusland en Australië in Afrika naar bodemschatten. Zwakke nationale wetgeving en beperkte overheidscontrole maken het mogelijk dat bedrijven Afrika afstropen en goud, diamanten, platina, koper en uranium uit de grond halen. Ze trekken zich daarbij weinig aan van het milieu, de lokale bevolking, de natuur of veiligheid. In Niger wordt al veertig jaar uranium gewonnen, ondermeer bij de stad Arlit door het Franse mijnbouwbedrijf Areva. Op dit moment zijn er in Niger twee mijnen operationeel. Volgens Alhacen blijft het daar niet bij. Er zijn 122 vergunningen afgegeven voor onderzoek naar nieuwe uraniumvoorraden. In november 2007 tekende de regering van Niger een overeenkomst met een Chinees bedrijf om uranium te produceren. Deze concessie gaf Somina, een joint venture tussen Niger en de Chinese Nucleaire Internationale Coöperatie (Sino-U), het recht om 700 ton uranium per jaar te produceren, dat is 1% van de vraag op wereldniveau. Dit soort contracten komen vaak onder dubieuze omstandigheden tot stand en zijn niet openbaar. De Toeareg, de oorspronkelijke bevolking van de uraniumrijke gebieden in het noorden van Niger, zijn nooit in het overleg betrokken en profiteren niet van de opbrengsten. Voor de Toeareg levert de mijn nauwelijks werkgelegenheid op, 95% van het Nigerse personeel komt uit het zuiden van het land. De open mijnbouw van Somina en Areva zorgt voor veel schade en vervuiling, waarvoor geen compensatie komt. Aghir in man wil daar verandering in brengen. Almoustapha Alhacen vertelde over de gevaren van de uraniumwinning. “Rond de mijnen liggen hoge bergen afval. Het puin is niet afgedekt terwijl het hoge concentraties zware metalen en radioactieve stoffen bevat. Als het stormt verspreidt het lichtradioactieve stof zich over de omgeving en regen zorgt ervoor dat het in het grondwater doordringt. Via afgedankte machines komt radioactief schroot in roulatie”. Alhacen wijst op het belang van goede voorlichting. Hij schat dat hooguit 5% van de bevolking in Niger besef heeft van de gevaren van uraniumwinning. “Het concept kernenergie zegt de mensen niets. Daarom is bewustwording een voorwaarde om de bevolking een stem te geven in de besluitvorming over hun leefomgeving”. Begin jaren negentig kwamen Toeareg en andere nomaden eveneens in opstand tegen de regering in Niamey. Na een bloedige strijd werd er in 1995 een vredesakkoord gesloten waarin de regering meer werkgelegenheid beloofde en een verbetering van de rechtspositie van de nomaden. Volgens Alhacen komt de democratisering voorzichtig op gang. Maar hij vindt het te weinig. “De Toeareg worden nog steeds beroofd van hun bodemschatten, terwijl daar slechts summiere toezeggingen tegenover staan die niet opwegen tegen de nadelen”. Mensen die
in 1968 bij de mijnen zijn gaan werken zouden vroegtijdig zijn overleden.
Daarom pleit Alhacen voor een gezondheidsonderzoek. “De
bevolking heeft vaak migraineachtige klachten en het komt regelmatig
voor dat kinderen met ondergewicht worden geboren. Mensen lijden aan
mysterieuze kwalen en ook kamelen worden ziek”. Alhacen bezocht eerder Zwitserland en Duitsland. Hij reist nog door naar Frankrijk dat een grote uraniumafnemer is. De avond in Amsterdam werd georganiseerd door WISE, SOMO, NIZA, Laka en XminY en het Nederlands Centrum voor Inheemse Volken, vijf organisaties die zich zorgen maken over de wildwest praktijken van mijnbouwbedrijven in Afrika. Tekst en foto Matthijs Blonk |
| NCIV Postbus 94098 1090 GB Amsterdam e-mail: info@nciv.net | |