|
|
|
MENSENRECHTENPROGRAMMA
// LOBBY |
|
|
|
Op
Europees niveau zijn recentelijk een aantal stappen gezet
die kunnen leiden tot structurele aandacht voor inheemse volken.
Via een samenwerkingsverband met andere Europese organisaties
voor inheemse volken, door rechtstreekse contacten met Euro-parlementariërs
en ambtenaren van de Europese Commissie en door druk op de
Nederlandse regering probeert het NCIV een bijdrage te leveren
aan het bevorderen van dit proces.
Het
NCIV stond aan de basis van de in 1990 opgerichtte Europese
Alliantie met Inheemse Volken (EAIV), een samenwerkingsverband
van vijf Europese ngo's. De belangrijkste doelstelling van
de EAIV is een dialoog tot stand te brengen tussen inheemse
volken en de Europese instellingen.
Dit
moet leiden tot formulering en uitvoering van een beleid van
de Europese Unie gericht op verbetering van de positie van
inheemse volken. Het is dan ook zeer verheugend dat op 5 mei
1998 de Europese Commissie een vooruitstrevend
werkdocument heeft aangenomen over haar beleid ten aanzien van
inheemse volken in de Europese ontwikkelingssamenwerking.
Op
basis hiervan heeft de Raad van Ministers op 30 november 1998
over dit onderwerp een resolutie van gelijke strekking aangenomen.
Dit is een belangrijke stap vooruit in de geschiedenis van
de EU. Het is jammer dat de EAIP haar kantoor in Brussel in
1998 heeft moeten sluiten. |
|
VN |
|
Het
bleek onmogelijk om voor dit nuttige kantoor structurele subsidie
te vinden.
Een belangrijke rol van het EAIP-kantoor in Brussel
was naast het lobby-werk de directe dienstverlening aan inheemse
volken in de vorm van informatie-verstrekking, advies en praktische
ondersteuning bij fondswerving en het voorbereiden van ontmoetingen
met vertegenwoordigers van EU-instituties.
Het
NCIV blijft actief zoeken naar mogelijkheden om zowel de lobby
als deze dienstverlening weer te herstellen.
Het
is van groot belang dat de uitvoering van het nieuwe beleid
van de EU nauwkeurig wordt gevolgd. Binnen de Verenigde Naties
wordt zowel op het gebied van de mensenrechten als het milieu
met betrekking tot inheemse volken gewerkt aan het opstellen
van normen en het instellen van instituties.
Het
gaat om de Universele Verklaring van de Rechten van de Inheemse
Volken, die in september 2007 is aangenomen, en
de |

Filippijnen - Mars voor bosbehoud
foto Geert van Kesteren
|
herziening
van het voor inheemse volken belangrijke artikel 8j. van het
Biodiversiteitsverdrag.
Daarnaast wordt gewerkt aan het instellen van het Permanent Forum
voor Inheemse Volken en een voor inheemse volken op te richten
Subsidiair Lichaam van de Conferentie van Partijen van het Bodiversiteitsverdrag.
|
|
VN-Werkgroep
|
|
Het
NCIV ondersteunt het ontwerp van de Universele Verklaring
voor de Rechten van de Inheemse Volken zoals die door de VN-Werkgroep
voor Inheemse Bevolkingen is vastgesteld en
is voorstander van een Permanent Forum en Subsidiary Body
met voldoende status en middelen
en een evenwichtige
samenstelling.
Het
NCIV is op een aantal manieren bij deze processen betrokken.
Allereerst worden via het Human Rights Fund for Indigenous
Peoples inheemse delegaties in staat gesteld zelf te spreken
op relevante VN-bijeenkomsten.
Doordat
dit er steeds meer worden streeft het NCIV naar uitbreiding
van de beschikbare middelen en een goede verdeling over de
verschillende milieu- en mensenrechtenfora. Het
NCIV beïnvloedt deze processen verder via de Nederlandse regering
en de EU.
Dit
geldt tevens voor het beleid van de gespecialiseerde instellingen
van de VN, zoals de ILO, de FAO, de WHO, de UNDP, en de WIPO,
die zich steeds toegankelijker opstellen voor inheemse volken.
Primair
blijft het NCIV zich richten op effectieve deelname van inheemse
volken aan deze processen zodat zij zelf hun stem kunnen laten
horen. |
|
|
|
Nederland
heeft een goede reputatie op het gebied van inheemse volken. De
beleidsnotitie van de ministers Pronk en Kooijmans uit 1993 was
een eerste hoogtepunt in de aandacht voor het onderwerp op regeringsniveau.
Na lang aandringen door het NCIV werd dit in 1997 gevolgd door
de ondertekening door Nederland van ILO-Verdrag nr. 169, betreffende
Inheemse en in Stamverband Levende Volken in Onafhankelijke Landen.
Het
NCIV onderhoudt regelmatig contact met het ministerie van Buitenlandse
Zaken en brengt regelmatig een bezoek aan Den Haag met inheemse
gasten. De komende jaren richt het NCIV zich vooral op het kritisch
beoordelen van de uitvoering van het Nederlandse beleid. In 1998
richtte het NCIV de aandacht op de voortgangsbrief van de Nederlandse
regering aan het parlement over de uitvoering van het Nederlandse
beleid ten aanzien van inheemse volken
in de periode 1993-1997.
Het
NCIV schreef een uitvoerige reactie waarin er bij de Nederlandse
regering op wordt aangedrongen om zich internationaal actiever
in te zetten voor de bevordering van de rechten van de inheemse
volken en hiervoor meer middelen en faciliteiten ter beschikking
te stellen.
In
Nederland neemt het NCIV deel aan diverse fora op het gebied
van mensenrechten en milieu en aan samenwerkingsverbanden om
de aandacht voor inheemse volken te vergroten.
|
 |
|
NCIV
Postbus 94098 1090 GB Amsterdam e-mail:
info@nciv.net
|
|
|
Artikel
8j en aanverwante bepalingen
In
de Conventie over Biologische Diversiteit (1992) wordt in enkele
artikelen uitdrukkelijk verwezen naar de rol die inheemse volken
spelen bij de bescherming van de biodiversiteit. Ze erkent de
grote en traditionele afhankelijkheid van vele inheemse en lokale
gemeenschappen die traditionele levenswijze afhankelijk maakt
van de biologische bestaansbronnen en de wenselijkheid de voordelen
die voortkomen uit het gebruik van traditionele kennis, innovaties
en praktijken die relevant zijn voor het behoud van biologische
diversiteit en het duurzaam gebruik van onderdelen daarvan, op
een eerlijke wijze te verdelen.
Het
belangrijkste artikel in de CBD over inheemse volken is artikel
8j. Daarin staat:
Iedere ondertekenende regering zal voor zover mogelijk,... kennis,
innovaties en praktijken van inheemse en lokale gemeenschappen
die traditionele levensstijlen belichamen die relevant zijn voor
het behoud van biologische diversiteit, opnemen in haar nationale
wetgeving, eerbiedigen, beschermen en behouden en de bredere toepassing
ervan bevorderen met de toestemming en de betrokkenheid van de
houders van zulke kennis, innovaties en praktijken en het evenwichtig
delen van de opbrengst van zulke kennis innovaties en praktijken.
Sinds
de vierde Conferentie van de Partijen (COP VI) in 1998 is er
een aparte werkgroep ingesteld voor de uitwerking van artikel
8j: de Ad hoc werkgroep met open einde over article 8j en aanverwante
bepalingen. Tijdens de vijde COP werd de Ad hoc werkgroep met
open einde over de toegang tot genetische bronnen en de eerlijke
verdeling van de opbrengsten daaruit ingesteld. Daarin hebben
inheemse volken een aparte positie als het om de bescherming
van traditionele kennis gaat en om het geven van vrije geïnformeerde
voorafgaande toestemming tot het gebruik van traditionele kennis
en methoden en aanverwante genetische bronnen. Tijdens COP
V is tevens het International Indigenous Forum on Biodiversity
(IIFB), een overkoepelende organisatie van inheemse volken,
erkend als officieel adviesorgaan van de COP. Ook is er voortgang
geboekt met de erkenning van de speciale rol van inheemse vrouwen
in het beschermen van de biodiversiteit. Tegelijkertijd werd
het Indigenous Womens Biodiversity Network (IWBN) opgericht,
een internationale organisatie van inheemse vrouwen die zich
inzetten voor biodiversiteitbehoud en de erkenning, waardering
en bescherming van hun specifieke rol daarin.
Printversie
Top |
|