Dossier - Onbekende groep indianen 'ontdekt' in Brazilië

> 'Geïsoleerde', 'Onbekende', 'Contactloze' of 'Wilde' Indianen in Brazilië

Door Merel van der Mark

Het Braziliaanse overheidsorgaan voor indianenzaken FUNAI, gebruikt het woord "geïsoleerd" voor die indianengroepen waarmee het nog geen contact heeft. Het is per definitie niet met zekerheid te zeggen om hoeveel groepen het precies gaat, waar ze wonen of welke taal ze spreken, maar er zijn sterke aanduidingen gevonden van het bestaan van in ieder geval 46 verschillende groepen. Het bewijs van het bestaan van deze stammen bestaat onder andere uit de vondst van verlaten hutten, speren en andere gebruiksonderwerpen, paadjes in het bos, akkertjes, luchtfotos, satelietbeelden, maar ook uit de verhalen van lokale bewoners over vluchtige ontmoetingen, die al dan niet vreedzaam verlopen.

Het idee dat deze groepen helemaal afgezonderd van de rest van de wereld leven en nog nooit iemand anders hebben gezien, is misleidend. Er is meestal wel sprake van enige vorm van historisch contact met de omringende samenleving. Dit contact kan echter zo traumatisch zijn geweest dat de groep er voor heeft gekozen om zich bewust terug te trekken in het bos en verder enig contact te vermijden. Zo zijn de Akuntsu waarschijnlijk de enige overlevenden van een massamoord die door veehouders is gepleegd en zijn de indianen van de Envira hoogst waarschijnlijk op de vlucht voor Peruaanse houthakkers, waar ze mogelijk ook al mee in aanraking zijn gekomen. Maar, "zolang ze op ons schieten gaat het goed met ze", aldus Meirelles.

Het is in Brazilië lange tijd officieel beleid geweest om de indianen te integreren in de nationale samenleving. Zeker tijdens de militaire dictatuur (1964-1985) werd daar een zware nadruk op gelegd met moto's als "integreren om (de Amazone) niet in te leveren" (aan buitenlanders). Daar kwam pas verandering in toen in 1988 de huidige grondwet werd aangenomen. Er werd een nieuw beleid aangenomen dat er naar streeft onbekende indianen zo lang mogelijk met rust te laten. Alleen als de groepen gevaar dreigen te lopen omdat ze bijvoorbeeld heel dicht in de buurt van houthakkers komen, kan Funai besluiten contact met ze te maken. Het idee is dat vreedzaam contact met Funai te verkiezen is boven een conflictvol contact met colonisten.

Om deze onbekende indianen te beschermen tegen ongewenst contact heeft FUNAI sinds 1987 een departement dat zich exclusief bezighoud met het identificeren en beschermen van deze groepen. Het departement telt zes veldteams, de "Etnische en Milieu Beschermings Fronten": die van Cuminapanema (PA), Envira (AC), Rio Guaporá (RO), Madeirinha (RO/MT), Vale do Javari (AM) en Purus (AM). Deze teams, zoals dat van Meirelles aan de Envira, hebben een basis in de buurt van het gebied waar de geïsoleerde groepen wonen, om op die manier beter het gebied te kunnen beschermen. De bedoeling is dat veldteams de indianengroepen op een afstand bestuderen om vast te stellen waar hun leefgebied is zodat dat vervolgens kan worden beschermd. Zo zijn er in de deelstaat Acre al drie Indianen Reservaten voor onbekende indianen: "Kampa e isolados do Rio Envira", Alto Tarauacá en Riozinho do Alto Envira, alle drie in de deelstaat Acre.

Vier groepen met relatief recent contact worden door Funai nog steeds behandeld als "geïsoleerd" omdat ze op die manier een speciale status genieten: de Zo'é (PA) die meer dan 20 jaar geleden contact hebben gemaakt; de Kanoe (contact sinds 1996) en de Akuntsu (contact sinds 1995), beiden in Rondonia, en een kleine groep Korubo, met contact sinds 1996 jaar.

> Voorbeelden van groepen met geen of weinig contact

> Zo'e

Foto van ISA/ Ricardo Beliel, 1996

In 1989 heeft Funai voor het eerst contact gelegd met de Zo'é, een Tupi-Guarani groep. Protestante missionarissen waren Funai in 1982 echter al voor geweest. Vanaf 1987 beginnen ze in permanent contact met blanken te leven en naar schatting waren vier jaar later 45 Zo'é overleden aan griep en andere ziektes. De groep bestaat nu naar schatting uit ongeveer 200 mensen.
Tussen 1996 en 1998 is hun reservaat officieel afgebakend en erkend en sinds dien hebben ze regelmatig contact met artsen, antropologen, ngo en Funai medewerkers.

Meer inforamtie over de Zo'e
isa.org.br/pib/epi/zoe/zoe.shtm

> Korubo

Foto van ISA/ Ricardo Beliel, 1996

De Korubo wonen in een van de grootste indianenreservaten van Brazilië: de Vale do Javari. Met een deel van hen is in 1996 contact gelegd tijdens een expeditie van Funai en National Geographic. De groep bestond destijds uit 17 mensen en is een afsplitsing van een andere groep die nog steeds contact vermijdt. Funai heeft destijds besloten contact te maken met deze groep omdat deze Korubo naar een gebied trokken waar veel houthakkers en gewapende colonisten actief zijn. Door eerder contact met ze te maken dan deze colonisten, wilde Funai een zwaar conflict voorkomen. Het team heeft maanden langs een dichtbijzijnde rivier gekampeerd voor ze eindelijk contact konden leggen met de groep.
De Korubu staan bekend als de "knuppel" indianen, omdat ze geen pijl en boog gebruiken. De groep leeft al meer dan 30 jaar in een permanente strijd met de lokale bevolking.

Meer inforamtie over de Korubo
survival-international.org/campaigns/uncontactedtribes/makingcontact
socioambiental.org/pib/portugues/comovivem/isol.shtm#t4

> Akuntsu

Foto: ISA/ Marcos Mendes, 1995

De Akuntsu groep bestaat uit slechts zes mensen, met wie in 1995 contact is gelegd. Omdat geen enkele buitenstaander hun taal goed beheerst is niet met zekerheid vast te stellen wat er met hun groep is gebeurd. Er wordt echter aangenomen dat ze de enige overlevenden zijn van een grotere groep die is uitgemoord door veehouders die hun leefgebied binnenkwamen. De groep leeft in het zuidoosten van de deeltstaat Rondônia, aan de Omerê rivier, een zijtak van de Corumbiara. Aan het eind van de jaren tachtig heeft Funai, naar aanleiding van bewijzen van het bestaan van deze groep, het gebied waar op ze leven dat toen nog werd opgeëist door veehouders, als verboden gebied verklaart.

> Kanoe

Foto: ISA/Marcos Mendes/AE, 1995

In 1996 maakte Funai contact met een familie die toen bestond uit slechts drie Kanoe (een moeder met haar kinderen) die in Rondônia aan de Corumbiara river wonen. Deze groep is verwant aan een grotere Kanoe groep van rond 100 mensen, die wel contact met de omringende samenleving onderhoudt. Net als de Akuntsu, waar ze contact mee hebben, vluchte de Kanoe voor de grote veehouders in het gebied en wisten ze te overleven op een stuk bos dat binnen een groot landgoed viel.

Meer informatie over de Akuntsu en de Kanoe
survival-international.org/tribes/akuntsu
isa.org.br/pib/epi/akunsu/akunsu.shtm
socioambiental.org/pib/epi/kanoe/omere.shtm
Het boek Rooksignalen, van Ineke Holtijk.

> "De man van het gat"

"De man van het gat", zo wordt de man genoemd die in de regio van Tanaru in zijn eentje overleeft in het bos. Men denkt dat hij de enige overlevende is van een volk dat is uitgeroeid door de veehouders uit de regio. Funai probeert al sinds 1996 de man enige steun te bieden, maar elke keer als een van zijn hutten werd gevonden, verliet hij deze. De hutten hadden altijd een gat, waarin hij zich vermoedelijk vertstopt of waaruit hij pijlen schiet. De man heeft wel enkele kadotjes van Funai aangenomen, zoals pannen en kapmessen, die voor hem achtergelaten werden, als teken van vriendschap.

> Hi-Merimã

Het bestaan van de Hi-Merimã is voornamelijk vastgesteld op grond van de verhalen van lokale bewoners. In 1943 bestond de groep naar schatting uit meer dan duizend mensen. Ze werden bekend door de conflicten met hun buurtstammen. De Hi-Merimã vermijden tot op de dag van vandaag elk contact met andere mensen, ook die van naburige indianenstammen.


Naar boven

NCIV Postbus 94098 1090 GB Amsterdam e-mail: info@nciv.net Sluit dit venster