> Het
Etnisch en Milieu Beschermings Front van Envira
Door Merel
van der Mark
Meirelles Júnior
Bron: Altino Machado/Terra Magazine |
 |
Meirelles Junior woont al sinds 1988 in het Funai basis
kamp aan de Xinane rivier. Hij is coordinator van het Etnisch en Milieu
Beschermings Front Envira en was verantwoordelijk voor de verkenningsvlucht
tijdens welke fotos zijn genomen van de "onbekende" groep indianen
die vorige week het wereldnieuws haalden.
Het kamp ligt strategisch aan
de monding van de Xinane rivier zodat indringers, die bij gebrek aan
wegen over het water moeten reizen, goed in de gaten kunnen worden gehouden.
Het doel van het kamp is om het leefgebied van onbekende groepen in kaart
te brengen, te voorkomen dat er mensen het gebied binnendringen en het
bevorderen van een vreedzamere relatie tussen de onbekende stammen en
de Kulina en Ashaninka van de Envira en de Kaxinawa van de Jordão.
De Kulina en de Ashaninka zijn al meerdere malen in een conflict beland
met de onbekende indianen en hebben daarom Funai om hulp gevraagd.
Het conflictvolle contact van de Ashaninka met
onbekende groepen stamt uit de eerste helft van de vorige eeuw. Peruaanse
rubbertappers gebruikten de Ashaninka toen vaak als "bodyguards" ter
bescherming tegen aanvallen van onbekende indianenstammen die de rubbertappers
regelmatig tegen kwamen op hun zoektocht naar rubberbomen in het bos.
De Ashaninka werden dan ook ingezet om gebieden "schoon" te
maken, dwz om alle "wilde" indianen er uit te verdrijven.
Na de instorting van de rubberprijs hebben de
onbekende stammen de kans gekregen weer te groeien, en een groter gebied
te gebruiken. Hierdoor komen ze echter ook steeds sneller in contact
met "bekende" indianen
stammen, zoals de Ashaninka en de Kulina.
 |
| Kaart: bron FUNAI |
Volgens schattingen van het overheidsorgaan Funai wonen
er in de deelstaat Acre vier groepen onbekende indianen, waarvan een
nomadisch is. Samen vormen ze een groep van ongeveer 500 mensen. Deze
geïsoleerde groepen leven verdeeld over drie indianenreservaten. Twee
daarvan zijn al officieel als zodanig erkend en voor de derde loopt de
procedure nog. Samen bevatten deze drie reservaten een gebied van 630.000
hectaren.
Maar afgezien van deze 4 groepen, komen er volgens
Meirelles ook steeds vaker onbekende indianen vanuit Peru de grens
over. "Aan het begin
van dit jaar zijn een aantal agressieve, onbekende groepen de grens van
Brazilie overgestoken". Volgens Meirelles zijn deze onbekende groepen
indianen op de vlucht voor de illegale mahonie houthakkers, die in Peru,
aan de kopstromen van de Juruá, de Purus en de Envira rivieren
bomen vellen. De indianen vallen de indringers aan en worden vervolgens
systematisch door hen vermoord" zei Meirelles.
Meirelles is bang dat de vlucht van deze groepen
tot meer geweld zal leiden, niet alleen tijdens contact met de houthakkers,
maar ook bij onderlinge contacten met andere indianen die in het gebied
wonen. De nomaden Masko-Piro zijn historische vijanden van indianen
van de Pano familie, waartoe de vier onbekende groepen uit Acre waarschijnlijk
behoren. De Masko-Piro trokken traditioneel in de zomer, bij laag water,
naar Brazilië, maar blijven nu steeds vaker ook in het regenseizoen
aan de Braziliaanse kant, om de houthakkers te ontlopen. Hierdoor zal
een groeiende druk om land ontstaan en zullen de groepen steeds sneller
botsen.
De zoektocht naar bewijs
"Tijdens een expeditie
vorig jaar zijn we vlak langs deze plek gekomen. We hebben toen heel
veel sporen van ze gevonden. Toen dachten we al dat er een dorp in
het gebied zou kunnen zijn, en dat is nu bevestigd. Een van de hutten
is vrij nieuw. Dat toont aan dat de geïsoleerde groepen vanuit Peru
naar Brazilië migreren
door de druk van oprukkende ilegale houthakkers, die aan de bovenloop
van de Envira rivier opereren",
zegt Meirelles.
Volgens hem gaat het om een andere groep
dan de twee die in de regio dorpen hebben, en ook zouden ze niet bij
de nomade Masko horen, die in het gebied leven. De afstand tussen deze
hutten en die van de kop van de Riozinho, de Humaitá of de zijtakken
van de Envira rivier is groot (rond de 100 km) en de architectuur van
deze hutten is heel anders.
Aan de kop van de Furnanha en de Jaminauá rivier,
rechter zijtakken van de Envira rivier, hebben de twee gevonden dorpjes
grote akkers, met heel veel bananen, maniok, papaya, mais en andere
gewassen, die op de foto's op aardappels en pinda lijken, aldus Meirelles.
Hij zei dat de akkers er goed bijstaan en dat ze bezig zijn nieuwe
akkers aan te leggen. Meirelles is verbaasd dat de groep zich richting
grotere rivieren beweegt, wat voorheen niet gebeurde. Dat zou volgens
Meirelles kunnen komen doordat de controle die Funai uit oefent op
het gebied het aantal indringers heeft doen afnemen. Hierdoor voelen
de indianen zich nu meer op hun gemak om aan grotere rivieren te leven,
wat voor hun voordelig is omdat daar meer vis te vangen valt.
Volgens Meirelles zou het ideaal zijn als zijn
het Beschermingsfront minstens twee keer per jaar een verkenningsvlucht
zou kunnen houden over deze gebieden, om de aanwezigheid van houthakkers
in de gaten te houden. Maar bij gebrek aan geld is dat niet mogelijk.
De laatste verkenningsvlucht over dit gebied was vijf jaar geleden. "Deze
keer heeft de overheid van de deelstaat Acre de vlucht betaald",
zei Meirelles, "in verband met de officiële demarcatie van
het indianen reservaat Riozinho do Alto Envira, die dit jaar plaats
zal vinden." De verkenningsvluchten waren noodzakelijk om vast
te stellen of er dorpen van geïsoleerde groepen in de buurt van de
grens van het reservaat waren. Dat zou namelijk problemen kunnen opleveren
zoals is gebeurd met de demarcatie van het indianenreservaat Kampa
e Isolados do Envira. Onbekende indianen hebben toen het kamp van het
Funai in brand getoken en de demarcatieploeg belaagd.
De laatste verkenningsvlucht vond plaats in 2003,
in verband met de demarcatie van het indianenreservaat Riozinho do
Alto Envira (voorheen Xinane genoemd). Meirelles en de antropologe
Maria Elisa Guedes Vieira hebben toen een groep hutten gevonden bij
de kop van de belangrijkste zijtakken van de rechter kant van de Envira
rivier. Een jaar later tijdens een nieuwe verkenningsvlucht, vond Meirelles
twee andere huttengroepen van elk 9 a 12 huizen. Deze drie groepen
vormen een driehoek aan de bovenlopen van de Jaminauá, de Riozinho
en de Furnanha.

|