Afrikaanse inheemse vrouwen in Bonn

door Angeline van Achterberg

> 23 mei 2008, Bonn

Op mijn email vind ik een uitnodiging van Lucy Mulenkei uit Kenia en mijn collega internationale lobby Miriam Anne Frank om naar COP9 te komen, de door de VN georganiseerde biodiversiteitsconferentie conferentie in Bonn. Aanleiding voor de uitnodiging is het grote aantal Afrikaanse inheemse vrouwen dat op COP9 aanwezig zal zijn.

Toen ik in 1995 voor het eerst aan de VN Werkgroep inzake inheemse bevolkingen in Genève deelnam waren er opvallend weinig inheemse vertegenwoordigers uit Afrika, en onder hen was nog geen 10% vrouw. Het idee voor een project om inheemse vrouwen uit Afrika samen te brengen en hun capaciteit te versterken was daarmee geboren. April 1998 werd de Eerste Afrikaanse Inheemse Vrouwenconferentie gehouden, georganiseerd door het NCIV en de Marokkaanse inheemse organisatie Tamaynut.

Zo'n veertig vrouwen uit alle delen van Afrika waren naar Agadir gekomen. Verschillende van hen waren nog nooit buiten het eigen gebied geweest en nu stonden ze oog in oog met inheemse vrouwen uit heel Afrika. Behalve dat het de eerste Afrikaanse inheemse vrouwenconferentie was, was het ook de eerste pan-afrikaanse inheemse bijeenkomst die ooit was gehouden.

Nu, 10 jaar later, Agadir +10 zou je kunnen zeggen, vormen de Afrikaanse inheemse vrouwen een meerderheid binnen de inheemse vertegenwoordiging. Dat is een fantastische ontwikkeling binnen een relatief korte periode van tien jaar.

Lucy Mulenkei

In de trein naar Bonn bedenk ik wat ik zal gaan zeggen, wie ik zal ontmoeten en wat de vrouwen mij zullen vertellen. Dat zij nu zo goed vertegenwoordigd zijn bij zo'n belangrijke internationale conferentie is eigenlijk al reden genoeg om hen te gaan opzoeken.

Eenmaal aangekomen in de buitenwijk waar de conferentie wordt gehouden blijkt het vinden van 'mijn' Afrikaanse vrouwen allemaal niet zo eenvoudig. Té veel mensen verspreidt over té veel en té grote hallen en ontmoetingsruimtes. Tegelijkertijd met de conferentie worden er workshops, presentaties en tentoonstellingen gehouden. Dit is dé gelegenheid om jezelf, en je ideeën, internationaal op de kaart te zetten. Behalve dat zij al deze belangrijke gebeurtenissen willen volgen zijn inheemse vertegenwoordigers druk met het opstellen van hun gemeenschappelijke verklaringen die ze vervolgens zo moeten presenteren dat hun meningen goed over het voetlicht komen. Anders sneeuwen hun inzichten en belangen onder bij die van de grotere partijen als regeringen en grote milieuorganisaties. Dat kost veel tijd en veel onderling overleg in subgroepjes.

Maar, gelukkig, als ik om drie uur de ruimte binnenkom waar wij afgesproken hebben is Fati uit Mali al aanwezig. Geduldig wachten we tot de andere vrouwen binnen komen druppelen. Penninah uit Oeganda die als tweede verschijnt is blij dat we na zolang via email te hebben gecommuniceerd elkaar eens in levende lijve ontmoeten.

Margaret en Ngaka

Als we allemaal zijn gaan zitten stelt Lucy mij voor aan de vrouwen die nieuw zijn in het AIVO netwerk, waarna ze vertelt over wat er in de regio Oost-Afrika gedaan is voor en door de AIVO. Er zijn de laatste jaren verschillende regionale bijeenkomsten en workshops voor vrouwelijk leiderschap gehouden onder de AIVO vlag. Lucy vertelt ook over de AIVO vrouwen in Zuidelijk Afrika die zich nog niet goed hebben weten te organiseren. Een probleem is dat zij geen direct benaderbaar contactpunt hebben, alles gaat via een overkoepelende organisatie die door niet-inheemse personen wordt geleid.

Daarna is het mijn beurt. Ik vertel hoe blij ik ben dat de Afrikaanse vrouwen nu, 10 jaar na de Eerste Afrikaanse Inheemse Vrouwenconferentie, in de meerderheid zijn binnen het inheemse vrouwen netwerk en dat ik onder de indruk ben van wat ze voor elkaar hebben gekregen, met en zonder hulp van sponsoren. Het is goed te zien dat er zowel oudere als jonge vrouwen bij de AIVO betrokken zijn.

Edna uit Kenia is zo'n jonge aanwinst. Zij blijkt de dochter te zijn van Rhoda, een van vrouwen die in 1998 in Agadir was. Haar moeders foto staat op de omslag van de publicatie die destijds over de Vrouwenconferentie is samengesteld. Omdat ik verwachtte nieuwe gezichten te zien heb ik vier exemplaren van het boek meegenomen. Lucy wil graag een nieuw exemplaar; het hare ligt intussen volledig uit elkaar. Ze vertelt dat zij het gebruikt bij fondswerving. Ik beloof Tlhokomelang en de anderen voor wie ik nu geen boek meer heb dat vanuit Amsterdam te sturen. Dan hoeven ze er ook niet mee te sjouwen. Al dat interessante maar zware drukwerk dat je bij elke conferentie krijgt toegestopt is een probleem als je maar 20 kg mag meenemen in het vliegtuig.

Diane, Elizabeth en Penninah

Uit het gesprek dat zich ontspint tussen de AIVO vrouwen blijkt dat iedereen het erover eens is dat de Afrikaanse inheemse vrouwen een achterstand hebben in onderwijs. Ze moeten vaak op volwassen leeftijd vanaf het nulpunt beginnen. Een van de vrouwen vertelt dat zij erop staat dat vrouwen die deelnemen aan een bijeenkomst of workshop van haar organisatie en die niet kunnen lezen en schrijven daar ter plekke leren om minstens hun eigen naam te schrijven.

Na ruim een uur van uitwisseling moeten we alweer afscheid nemen. De vrouwen vertrekken naar Stuttgart waar in het weekend een training wordt georganiseerd door IPACC, het coördinerende netwerk van inheemse volken van Afrika; en ik ga weer terug naar Amsterdam, met een hoofd vol verhalen en indrukken. De AIVO is een krachtig middel gebleken voor veel inheemse vrouwen in Afrika om zich te laten horen en om elkaar te steunen, al blijft er nog meer dan genoeg te doen om te zorgen dat de Afrikaanse inheemse vrouwen op alle niveaus optimaal voor hun belangen kunnen opkomen.

Penninah loopt met me mee naar de bus. Zij vertelt mij over haar organisatie UOBDU. Deze Oegandese Batwa organisatie heeft als eerste een door het GRIP fonds gesteund capaciteitsopbouwend-project uitgevoerd. Dat was in 2005. Een jaar lang werden Batwa vrouwen en mannen getraind om te kunnen werken in het hoofdkantoor en twee lokale kantoortjes van deze Oegandese Batwa-organisatie. Ze kregen les in lezen, schrijven, rekenen en Engels. En ze leerden hoe je contacten legt met de achterban; in dit geval, de Batwa uit de buurt van Kisoro. Penninah vertelt met stralende ogen dat nadat het project was afgerond zij fondsen hebben gevonden voor landaankoop en dat ze nu een voorstel hebben ingediend voor verdere trainingsprojecten voor de Batwa.

Ook het UOBDU kantoorpersoneel zal daaraan meedoen zodat ze steviger in hun schoenen staan als het gaat om de leden ter zijde te staan en hen te vertegenwoordigen bij de Oegandese overheid. Het is te merken dat UOBDU goed op poten staat en dat ze veel nieuwe contacten hebben weten te leggen na het jaar van opbouw. Dat de voorzitter, een Batwa man, nu in Bonn aanwezig is vertelt me dat dit capaciteitsproject een succes was. Penninha vertaalt nu voor hem de discussies. Misschien is dat de volgende keer niet meer nodig.

Tekst en foto's Angeline van Achterberg

Angeline van Achterberg bezocht in Bonn de door de VN georganiseerde biodiversiteitsconferentie conferentie. Ze is contactpersoon Afrika en Gender, en Coordinator GRIP fonds*

* GRIP is bedoeld ter ondersteuning van kleinschalige projecten van inheemse volken op lokaal niveau om hun rechtspositie te versterken. Het gaat daarbij vooral om het recht op vrede en veiligheid, het recht op behoud van eigen cultuur, het recht op zelfbeschikking, het recht op land en op bestaansbronnen, het intellectueel eigendomsrecht, gelijkberechtiging van inheemse vrouwen en mannen en het recht op bescherming van inheemse kennis.

^

NCIV Postbus 94098 1090 GB Amsterdam e-mail: info@nciv.net
Sluit Maasai