![]() |
> Yaounde,
3 februari 2007 Zijn naam
is Cletho Ndikumagenge, en hij zit op de bossenproblematiek in het
Congo Basin. In een poging de bossen te conserveren, vliegt hij de
hele wereld over. Cletho vertelde me over een grote bijeenkomst in
Congo Brazzaville in april. Allerlei hoge pieten gaan dan over de Het klinkt interessant, maar zet vast geen zoden aan de dijk. Zolang er alleen over en niet met pygmeeën wordt gepraat, blijft het bij mooie woorden... > Yaounde,
4 februari
Ook de relaxte sfeer, de Franse taal en de hitte roepen veelal Senegalese herinneringen op. In het hotel knopen de obers en gasten snel een praatje met me aan. Hoog op de agenda staat het Kameroenese voetbalteam - en het feit dat Kameroenezen zowel Frans als Engels spreken. Alleen de heuvels, de rode aarde en de bomen lijken op Centraal Afrika. Met recht kan men constateren dat Kameroen op de grens van beide regio's ligt. Om 12 uur word ik opgehaald door de Francaise Maryvonne Bretin. Maryvonne werkt nu voor SNV, maar heeft eerder voor INADES en de voorloper van CORDAID gewerkt. In haar werkzame leven heeft ze veel te maken gehad met pygmeeën - ze is een echte expert. We hebben zoveel uit te wisselen, dat de dag ongemerkt verstrijkt. Een anekdote
van Maryvonne is me in het bijzonder bijgebleven: Het is duidelijk dat de pygmeeën een heel ander idee hebben van de relatie tussen prive - collectief. Ik zal het onderwerp de komende weken verder onderzoeken. > Yaounde, 5 februari
> Kribi - Bipindi, 6 februari We zijn nauwelijks Kribi uit of we stoppen bij een houtverwerkingsbedrijf. Mijn begeleidster Luz Amparo moet iets bespreken met een medewerkster binnen. We lopen langs rijen boomstammen. 'Amsterdam' staat er op sommigen. Het blijkt dat heel wat hout naar Nederland getransporteerd wordt. "Ha, en jullie wijzen ons erop het milieu te sparen", zegt de medewerkster. Dat ik daar niet persoonlijk voor verantwoordelijk ben, snapt zij ook wel. De weg naar Bipindi is niet geasfalteerd. Over 65 kilometer doen we ongeveer 3 uur. Dat valt nog reuze mee omdat het het droge seizoen is. In de regentijd kan je een uur doen over een paar honderd meter. Steeds dieper rijden we het bos in, links en rechts passeren we wat hutjes. We ontmoeten een enkele pygmee en wat blijkt, pygmeeën spreken hier ook Frans! Voor het eerst kan ik direct met pygmeeën communiceren. Wat een verschil met Uganda en DRC.
De jongste krijgen 2 jaar aangepast onderwijs, met als doel om als pygmee goed te kunnen functioneren op een Bantoe school. Daarbij leren ze Frans, gecombineerd met activiteiten die typisch pygmee zijn; vissen, verzamelen van vruchten etc. Als we aankomen rennen de Bagyeli leraren enthousiast op ons af, de kinderen komen onze hand schudden. Het is een warm welkom hier midden in het woud. > Bipindi,
7 februari Zuster Dolores heet me van harte welkom in Ngowayang. Een wit kapje, eenvoudige blauwe jurk en een bruinverbrand gezicht; Dolores straalt betrokkenheid uit. In 1969 kwam ze in Kameroen, vertelt ze. In die tijd spraken de Bagyeli kinderen nog nauwelijks Frans. Dat is heel erg verbeterd. Het niveau Frans van Bagyeli en Bantoe kinderen is nu bijna gelijk. In Ngowayang zijn de Bagyeli kinderen nu gemixt met de Bantoes. En dat gaat heel goed.Integratie in de Bantoe-samenleving staat ook bij Dolores hoog aangeschreven. Op de terugweg stoppen we bij een waterval. Pascal, de Bagyeli monteur laat me zien van hoe hoog het water valt. Pascal is meegegaan om de 4wheeldrive te repareren als deze onverhoopt een probleem mocht krijgen. Dat blijkt geen overbodig luxe, want na onze kleine wandeling begeeft de auto het.
> Bipindi,
8 februari > Bipindi,
9 februari
FEDEC laat zich echter niet zien, twee Bantoe jongens uit Bipindi wel. Ze vragen Jacques om voor hen op jacht te gaan. Het komt regelmatig voor dat Bantoes de Bagyeli op jacht sturen, maar Jacques is niet enthousiast. Hij kan niet toveren; ze hadden eerder moeten komen! Bij mijn afscheid vraagt Jacques wat geld. Na vele bezoeken van blanken weet hij waar er wat te halen valt. > Bipindi,
10 februari
Terug bij FONDAF praat ik met Jean-Baptise. Jean-Baptiste zit in de Vereniging Ouders van Kinderen van FONDAF. Deze vereniging bestaat al flink wat jaren en lijkt goed te werken. De ouders bewerken samen het land om hun bijdrage voor de school van hun kinderen te kunnen betalen. 's Nachts drinkt Jean-Baptiste zich echter een stuk in de kraag. Hij klopt hard op mijn raam en roept om Luz. Alcoholisme is bij pygmeeën een steeds terugkerend thema. > Bipindi,
11 februari
De auto van FONDAF is uiteindelijk toch weer gerepareerd, dus kan ik de terugreis naar Kribi ervaren. Inde namiddag rijden we tussen de hoge bomen over de rode zandweg richting Atlantische Oceaan. > 12
februari > Yaounde
- Lomie, 13 februari We rijden eerst 150 kilometer over de verharde weg. Het landschap valt me tegen, want ik had woest tropisch oerwoud verwacht. Er staan wel bomen, maar ze zijn lang niet zo imposant als ik me had voorgesteld. Wel zien we enorme boomstammen op grote trucks richting Yaoundé. Ik probeer stiekem een paar foto's te maken, maar door de stofwolken die de trucks opwerpen lukt dat niet echt.
Na 150 km komen we op de onverharde weg. Hier stuift het rode zand en zijn we genoodzaakt om de ramen dicht te doen. We passeren kleine dorpjes langs de kant van de weg. Hier leven zowel de Bantoe als de Baka. De vierkante hutten van de Baka kun je herkennen omdat ze een maat kleiner zijn dan die van de Bantoe. Tegen de
avond arriveerden we in het stadje Lomie. Mijn gastheer hier zou Etienne
zijn, de directeur van APPECC (een van de organisaties die voor de
Baka werken). Etienne bleek echter voor een spoed-bijeenkomst te zijn
vertrokken. Dus startte ik zelf mijn programma. Zo zat ik mijn eerste avond in Lomie al rond de tafel met vier Baka. Het waren jongemannen die het Frans goed beheersten. Ze praatten opgewonden door elkaar over de Algemene Ledenvergadering van ASBAK, die de volgende twee dagen zou plaatsvinden in Lomie. Ik introduceerde mijzelf en het NCIV. Het eerste contact was gelegd. > Lomie,
14 februari Na dit korte onderhoud stond ik weer buiten. Mijn chauffeur Samson was inmiddels in gesprek geraakt met Louisette, een medewerkster van CIAD, die de Baka projecten had uitgevoerd. In haar kamer vertelde ze me over haar werk. Dit gesprek was veel interessanter en vruchtbaarder dan het gesprek met de directrice; ik merkte direct dat Louisette veel jaren met de Baka had gewerkt. Ze vertelde me over de sociale organisatie van de Baka: per familie / lineage is er een 'chef', en onder die chefs zijn specialisten op het gebied van de jacht, de visvangst, de dansen, het hutten bouwen etc. Die verschillende specialisten gaan dus over een bepaald onderwerp, maar kunnen nooit de baas zijn over al die onderwerpen. Louisette legde uit dat de Kameroense overheid met 'chefferies' werkt om de decentralisatie te bevorderen. Elk dorp kiest een chef, die een behoorlijke macht over het grondgebied heeft mits hij door de staat wordt erkend. Veel Baka chefs zijn echter nog niet door de staat erkend, en hebben daarmee geen recht op het land dat ze gebruiken. Ze waren flink op weg om de officiële erkenning te krijgen toen de Kameroense staat besloot het project tot nader order op te schorten. Grote pech voor de Baka. Waarom de Kameroense overheid hiertoe had besloten, kon Louisette me niet vertellen. Omdat ik
erg te spreken was over de kennis van Louisette omtrent de Baka, vroeg
ik of ze mee wilde gaan om hen op te zoeken. Ze stemde toe, en we besloten
de volgende ochtend bij elkaar te komen om een programma op te stellen.
Angèle, de directrice van PERAD, nodigde me uit om 's avonds samen te eten. Rond acht uur ging ik met Samson naar restaurant Jacky, gerund door de gelijknamige vrouw. Bijna het hele team van PERAD druppelde binnen; Angèle, Brigitte die met de Baka werkt en zelfs hun taal spreekt en drie mannen. Alleen Micheline (zus van Angele) en Judith (de juriste) waren afwezig. We brachten een genoeglijke avond door waarin de dames van PERAD alle Nederlanders memoreerden die in de loop van de tijd in Lomie hadden gewerkt. Ik kende er enkelen van milieu-organisaties. Duidelijk was wel dat de Nederlanders hun sporen hebben achtergelaten. > Lomie,
15 februari Hij excuseerde zich, en legde uit dat hij in Abong Mbang was om zijn nieuwe organisatie te registeren. APPECC was namelijk ter ziele gegaan omdat een Nederlandse donor de organisatie in haar huidige vorm niet langer wilde financieren. Om zijn werk met de Baka voort te zetten (vooral scholing - APPECC financierde meer dan 50 kleuterscholen voor Baka kinderen), was Etienne genoodzaakt om een nieuwe, kleinere organisatie in het leven te roepen. De situatie bezorgde hem de nodige stress. Hij had immers, na vele jaren werk voor de Nederlandse donor, zijn baan verloren. Na wat heen en weer gepraat besloten we naar Nomedjoh te gaan. Nomedjoh is het Baka dorp dat de eerste fase van het Forêt Communautaire-traject heeft afgelegd. Etienne en Brigitte, de Baka specialiste van PERAD, stapten in de auto. We reden een klein uur over de onverharde weg richting Yaoudé. Om 12 uur kwamen we in Nomedjoh, het dorp lag te bakken in de zon. Brigitte vroeg de Baka waar de leden van de gemeenschap waren; de meeste waren aan het werk op het land van de Bantoes. Gelukkig was de chef van de Forêt Communautaire er wel. Hij verzamelde een aantal jongemannen om zich heen (de vrouwen bleven, zoals de traditie voorschrijft, op een afstand), waardoor we een gesprek konden beginnen. Ik introduceerde mezelf en het NCIV, en vertelde waarom ik geïnteresseerd was in het Forêt Communautaire (FC). De Baka chef knikte. Hij legde uit dat het FC heel belangrijk was voor de Baka omdat het hun landrechten verzekerde. Ze hadden zelf het FC aangevraagd en de eerste fase van het traject doorlopen, dat wil zeggen dat het FC officieel was aangevraagd met toestemming van de betrokken autoriteiten. Dat was niet makkelijk, omdat de Bantoe buren heftig protesteerden. De Bantoe vonden dat het land langs de weg van hun was, omdat zij er het eerste woonden (wat klopt - de Baka leefden dieper in het bos). Maar volgens de Kameroense wet heeft iedere gemeenschap recht op een FC. Om die reden waren de Bantoe uiteindelijk door de knieën gegaan. Het probleem was nu, dat er geen financiering was voor de tweede fase van het FC-traject. Er moet een beheersplan worden opgesteld (Plan Simple de Gestion). In dit plan moeten de vegetatie-soorten in het FC worden geïnventariseerd, en de verschillende manieren waarop de Baka hiervan op een duurzame manier gebruik van willen maken. Pas dan kan de officiële titel worden gegeven, en is het FC voor 25 jaar van de Baka. De Baka mannen bevestigden deze analyse, en zeiden dat ze zo snel mogelijk door wilden gaan met het opstellen van het beheersplan. Omdat ik graag wilde zien wat het 'forêt' nou eigenlijk is vroeg ik of ze me het bos wilden laten zien.
> Lomie,
16 februari Na een uur rijden kwamen we langs het Baka dorpje Ngola. PERAD had daar het idee om een dorpswinkeltje op te zetten. Er was al een hut voor gebouwd, maar bij aankomst bleek de Baka chef van het dorp daar zijn huis van te hebben gemaakt. In plaats van zout, suiker en meel, lag er op de grond en stapeltje kleren en het matras van de chef. Ik moest er nogal om lachen; met hun cultuur van “le partage” (alles delen) zouden de Baka toch al moeite hebben met een commerciële winkel. Toen ik
een paar foto's maakte, boden de Baka aan om te dansen en muziek te
maken voor de onverwachte gasten. De vrouwen begonnen hun polyfonie:
oeh-oe-hoe-oe. Een man trok een rieten rokje aan en danste op het ritme
van de trommels.
Verder hadden ze het ieder voor zich opgesoupeerd. Volgens Brigitte van PERAD had SNV geen begeleiding had gegeven bij het ingebruiknemen van het FC. Die begeleiding was wel nodig geweest op de opbrengsten van de FC voor de gemeenschap in te zetten. Een les voor de toekomst. > Lomie,
17 februari
> Lomie – Yaoundé,
18 februari
Toen we doorreden, troffen we Helene vlakbij Abong Mbang. Haar auto had pech en was zojuist gerepareerd. We reden naar Helene's kantoor en wisselden informatie uit. In tegenstelling tot Valère, maakt Helene wel een actieve indruk naar de gemeenschappen toe. Dat geeft hoop voor de Baka die hun eigen organisatie runnen. Na dit bezoek reden we door naar Yaoundé. Onderweg kocht de chauffeur Samson een dikdik, een nog levend gordeldier en bakbananen voor de begrafenis van zijn broer. Brigitte kocht van de Baka twee bosaapjes, die ze aan haar zoon en zus in de Yaoundé cadeau wou geven. In het donker kwamen we in Yaoundé aan, waar ik mij weer meldde bij hotel Tango.
|
|
NCIV
Postbus 94098 1090 GB Amsterdam e-mail: info@nciv.net |
![]() |