Berichten uit Kameroen

door Ruth Jansen

> Yaounde, 3 februari 2007
In het vliegtuig Parijs - Yaounde al het eerste contact gehad met Kameroen: ik ontmoette een werknemer van IUCN afdeling Centraal Afrika.

Zijn naam is Cletho Ndikumagenge, en hij zit op de bossenproblematiek in het Congo Basin. In een poging de bossen te conserveren, vliegt hij de hele wereld over. Cletho vertelde me over een grote bijeenkomst in Congo Brazzaville in april. Allerlei hoge pieten gaan dan over de
pygmeeën-problematiek praten.

Het klinkt interessant, maar zet vast geen zoden aan de dijk. Zolang er alleen over en niet met pygmeeën wordt gepraat, blijft het bij mooie woorden...

> Yaounde, 4 februari
Madame Elisabeth Fouda heeft me gisteravond van het vliegveld gehaald. Er was even verwarring, want ze zocht een oudere dame met grijs haar: de persoonsbeschrijving van mijn collega Angeline. Ook ik was op zoek naar een oudere vrouw, en was verrast toen ik middels mijn mobieltje een jonge, slanke dame ontmoette.

Elisabeth coördineert het pygmeeën netwerk RACOPY en heeft veel ervaring met vooral de Baka pygmeeën. Via de organisatie INADES geeft ze trainingen op allerlei gebied.
Op de veranda van hotel Tango werp ik een eerste blik op Kameroen. Ook hier moet ik al direct mijn beeld bijstellen. De wapperende boubou`s en bontgekleurde jurken van de vrouwen doen me erg aan West Afrika denken.
Madame Elisabeth Fouda

Ook de relaxte sfeer, de Franse taal en de hitte roepen veelal Senegalese herinneringen op. In het hotel knopen de obers en gasten snel een praatje met me aan. Hoog op de agenda staat het Kameroenese voetbalteam - en het feit dat Kameroenezen zowel Frans als Engels spreken. Alleen de heuvels, de rode aarde en de bomen lijken op Centraal Afrika. Met recht kan men constateren dat Kameroen op de grens van beide regio's ligt.

Om 12 uur word ik opgehaald door de Francaise Maryvonne Bretin. Maryvonne werkt nu voor SNV, maar heeft eerder voor INADES en de voorloper van CORDAID gewerkt. In haar werkzame leven heeft ze veel te maken gehad met pygmeeën - ze is een echte expert. We hebben zoveel uit te wisselen, dat de dag ongemerkt verstrijkt.

Een anekdote van Maryvonne is me in het bijzonder bijgebleven:
"Bij de Baka pygmeeën in oost Kameroen was een Baka man die verkeerd met donor-gelden omsprong. De situatie liep uit de hand. Op een dag kwam Maryvonne op bezoek en vroeg naar de desbetreffende Baka. De pygmeeën zeiden dat hij er even niet was. Maanden later kwam Maryvonne weer - de pygmeeën zeiden dat hij in het bos was verdwenen en dat hij niet meer terug zou komen. Toen begon haar iets te dagen. Maryvonne concludeerde dat de pygmeeën een 'ongeluk tijdens de jacht' hadden gearrangeerd, en dat de Baka om het leven was gebracht. Een Baka pygmee die zeer serieus de harmonie in de groep bedreigt, wordt uit de groep gezet en soms zelfs van het leven beroofd".

Het is duidelijk dat de pygmeeën een heel ander idee hebben van de relatie tussen prive - collectief. Ik zal het onderwerp de komende weken verder onderzoeken.

> Yaounde, 5 februari

Vanochtend een bezoek gebracht aan Elisabeth Fouda bij INADES. Ondertussen gewacht op Luz Amparo, die mij zal meenemen naar de Bagyeli in Bipindi.

Daar is geen internet of mobiel netwerk, dus geen contact met de buitenwereld. De volgende berichten moeten dus even wachten...

 

Luz Amparo

> Kribi - Bipindi, 6 februari
De reis naar het binnenland van zuid Kameroen vergt enige voorbereiding. Ga je naar de brousse in Bipindi, vragen de mensen in Kribi. Veel succes! Omdat er geen stroom is en heel eenvoudig eten, slaan we eerst een voorraad in. Macaroni, rijst, water, koekjes voor ons zelf. Verder medicijnen, rijst en allerlei materiaal voor de Bagyeli kinderen. Dan moet de 4wheeldrive nog benzine tanken en kunnen we gaan.

We zijn nauwelijks Kribi uit of we stoppen bij een houtverwerkingsbedrijf. Mijn begeleidster Luz Amparo moet iets bespreken met een medewerkster binnen. We lopen langs rijen boomstammen. 'Amsterdam' staat er op sommigen. Het blijkt dat heel wat hout naar Nederland getransporteerd wordt. "Ha, en jullie wijzen ons erop het milieu te sparen", zegt de medewerkster. Dat ik daar niet persoonlijk voor verantwoordelijk ben, snapt zij ook wel.

De weg naar Bipindi is niet geasfalteerd. Over 65 kilometer doen we ongeveer 3 uur. Dat valt nog reuze mee omdat het het droge seizoen is. In de regentijd kan je een uur doen over een paar honderd meter.

Steeds dieper rijden we het bos in, links en rechts passeren we wat hutjes. We ontmoeten een enkele pygmee en wat blijkt, pygmeeën spreken hier ook Frans! Voor het eerst kan ik direct met pygmeeën communiceren. Wat een verschil met Uganda en DRC.

Na 3 uur komen we aan in Bipindi en rijden direct door naar FONDAF. De naam kostschool is wat vreemd gekozen - want het lijkt niet erg op een Engelse kostschool.

Een paar gebouwen rond een centraal ontmoetingspunt met een waterput, veel meer is het niet. Ruim 80 pygmeeën kinderen wonen hier en gaan er naar school.

Kostschool

De jongste krijgen 2 jaar aangepast onderwijs, met als doel om als pygmee goed te kunnen functioneren op een Bantoe school. Daarbij leren ze Frans, gecombineerd met activiteiten die typisch pygmee zijn; vissen, verzamelen van vruchten etc. Als we aankomen rennen de Bagyeli leraren enthousiast op ons af, de kinderen komen onze hand schudden. Het is een warm welkom hier midden in het woud.

> Bipindi, 7 februari
In de ochtend rijden we met de 4wheeldrive naar Ngowayang, waar de oprichters van FONDAF (Les Petites Soeurs du Jésuz) tegenwoordig een ziekenhuis runnen. In 1998 trokken de zusters zich terug uit FONDAF om een nieuwe uitdaging aan te gaan. FONDAF veranderde toen in een NGO (niet gouvernementele organisatie).

Zuster Dolores heet me van harte welkom in Ngowayang. Een wit kapje, eenvoudige blauwe jurk en een bruinverbrand gezicht; Dolores straalt betrokkenheid uit. In 1969 kwam ze in Kameroen, vertelt ze. In die tijd spraken de Bagyeli kinderen nog nauwelijks Frans. Dat is heel erg verbeterd. Het niveau Frans van Bagyeli en Bantoe kinderen is nu bijna gelijk. In Ngowayang zijn de Bagyeli kinderen nu gemixt met de Bantoes. En dat gaat heel goed.Integratie in de Bantoe-samenleving staat ook bij Dolores hoog aangeschreven.

Op de terugweg stoppen we bij een waterval. Pascal, de Bagyeli monteur laat me zien van hoe hoog het water valt. Pascal is meegegaan om de 4wheeldrive te repareren als deze onverhoopt een probleem mocht krijgen. Dat blijkt geen overbodig luxe, want na onze kleine wandeling begeeft de auto het.

Ik lift met Luz Amparo op een motor terug naar FONDAF; Pascal blijft achter om de auto te repareren. Ik ben nog net op tijd om de Bagyeli kinderen op FONDAF te zien optreden.

Ze zingen traditionele, christelijke en zelf bedachte liederen in het kader van de Week van de Jeugd.

De kleine heldere stemmen klinken samen als één geluid. Een unieke ervaring.

> Bipindi, 8 februari
Het probleem met de auto is serieus, dus zit ik in Bipindi vast. Ik maak van de gelegenheid gebruik om het terrein van FONDAF te verkennen. Aan de overkant van de zandweg is een kleine palmolie-plantage waar mensen uit het dorp en enkele Bagyeli werken. Verderop is een varkenshouderij voor het vlees van de Bagyeli kinderen. Deze kleine projecten heeft FONDAF in gang gezet om minder afhankelijk te worden van donorgelden. Een druppel op een gloeiende plaat, want zonder buitenlandse steun kan het project niet draaien.

> Bipindi, 9 februari
Voordat de zon hoog aan de hemel staat, komt George Thierry van de Kameroenese milieu-organisatie CED langs. Op mijn verzoek vertelt hij me over het cartografie-project bij de Bagyeli waar hij aan werkt. Het gaat om het in kaart brengen van de lokale grondrechten, legt George uit. De Bagyeli wordt gevraagd naar hun visgronden, naar de plekke waar ze jagen en verzamelen. Ook de Bantoes komen aan het woord over hun landgebruik. Met behulp van moderne technieken worden daarvan plattegronden gemaakt, waarmee het landgebruik van de Bagyeli en Bantoe lokaal wordt vastgelegd.

Jacques, de vader van Bienvenue

Later op de ochtend ga ik bij een Bagyeli familie op bezoek. Bienvenue, een Bagyeli leraar op FONDAF, neemt me mee. We lopen een klein uur over een rode aarde weg, terwijl de warme steeds drukkender wordt.

In het dorpje Kwambo worden we welkom geheten door Jacques, de vader van Bienvenue, zijn vrouw en een aantal kinderen. Jacques is thuis gebleven om op FEDEC te wachten, de organisatie die de Kameroenese overheid in het leven heeft geroepen om de mensen langs de oliepijplijn Kameroen – Tsjaad te compenseren.

FEDEC laat zich echter niet zien, twee Bantoe jongens uit Bipindi wel. Ze vragen Jacques om voor hen op jacht te gaan. Het komt regelmatig voor dat Bantoes de Bagyeli op jacht sturen, maar Jacques is niet enthousiast. Hij kan niet toveren; ze hadden eerder moeten komen! Bij mijn afscheid vraagt Jacques wat geld. Na vele bezoeken van blanken weet hij waar er wat te halen valt.

> Bipindi, 10 februari
De auto is nog steeds kapot, dus draai ik met de activiteiten van FONDAF mee. In de vroege ochtend voetballen de kinderen van FONDAF tegen de plaatselijke lagere school. FONDAF verliest met 2 -1.

In de middag ga ik met een groep van 15 Bagyeli kinderen en 2 vrouwen vissen. Ze bouwen een kleine dam in de uitloper van de rivier en scheppen vervolgens al het water uit de kom.

Het is een heel werk, maar tot mijn verbazing wordt er ook wat gevangen. Een klein emmertje met spartelende visjes is het resultaat.

Terug bij FONDAF praat ik met Jean-Baptise. Jean-Baptiste zit in de Vereniging Ouders van Kinderen van FONDAF. Deze vereniging bestaat al flink wat jaren en lijkt goed te werken. De ouders bewerken samen het land om hun bijdrage voor de school van hun kinderen te kunnen betalen. 's Nachts drinkt Jean-Baptiste zich echter een stuk in de kraag. Hij klopt hard op mijn raam en roept om Luz. Alcoholisme is bij pygmeeën een steeds terugkerend thema.

> Bipindi, 11 februari
Vandaag is het officieel de Dag van de Jeugd: heel Kameroen viert feest. Op FONDAF steken de Bagyeli kinderen zich in een schoon gewassen uniform en krijgen nieuwe slippertjes. Het FONDAF team steekt zich in blauw-wit bedrukte jurk of broekpak, speciaal voor de gelegenheid gemaakt.

Team FONDAF
Op het centrale plein van Bipindi houdt de jeugd uit de omgeving een defilé. Een voor een marcheren de schoolklassen het plein om, hun rechterhand omhoog naar de Kameroenese vlag. Het ceremonieel van de vertoning komt op mij wat lachwekkend over, maar Luz zegt dat de jeugd hier echt van geniet. Vooral van het feestmaal, dat naderhand wordt opgediend. Ook de volwassenen op FONDAF nemen het er van. Na de nodige biertjes zingen ze om het hardst. Voor mij wordt het tijd om weer te vertrekken.

De auto van FONDAF is uiteindelijk toch weer gerepareerd, dus kan ik de terugreis naar Kribi ervaren. Inde namiddag rijden we tussen de hoge bomen over de rode zandweg richting Atlantische Oceaan.

> 12 februari
Het lukt me niet om alle verhalen op te schrijven. Het zou beter zijn geweest om ze voor te bereiden op een laptop en in het internet-café te verzenden. Nu moet ik alle verhalen uittypen met een computer die niet supergoed werkt, en dat neemt heel veel tijd in beslag.

Ik moet nu echt opstappen anders mis ik de bus naar Yaoudé. Morgen ga ik van Yaoude naar Lomie in het oosten om de Baka op te zoeken. Ik zal kijken of daar een internet verbinding is. Anders ben ik vanaf morgen 5 dagen buiten bereik...

> Yaounde - Lomie, 13 februari
Opgehaald door Samson, de chauffeur van INADES FORMATION. De toyota pick-up is een opluchting, na een zeer ongemakkelijke reis gisteren met de taxi-brousse van Kribi naar Yaoude. Omdat Samson goed bekend is met het terrein, heb ik alle vertrouwen in deze tocht.
Doel is het bezoeken van de Baka pygmeeën en de organisaties die voor hen werken. Uitvalsbasis is Lomie, waar maar liefst zes organisaties zijn die hun projecten op de Baka hebben gericht.

We rijden eerst 150 kilometer over de verharde weg. Het landschap valt me tegen, want ik had woest tropisch oerwoud verwacht. Er staan wel bomen, maar ze zijn lang niet zo imposant als ik me had voorgesteld. Wel zien we enorme boomstammen op grote trucks richting Yaoundé. Ik probeer stiekem een paar foto's te maken, maar door de stofwolken die de trucks opwerpen lukt dat niet echt.

Na 150 km komen we op de onverharde weg. Hier stuift het rode zand en zijn we genoodzaakt om de ramen dicht te doen. We passeren kleine dorpjes langs de kant van de weg. Hier leven zowel de Bantoe als de Baka. De vierkante hutten van de Baka kun je herkennen omdat ze een maat kleiner zijn dan die van de Bantoe.

Tegen de avond arriveerden we in het stadje Lomie. Mijn gastheer hier zou Etienne zijn, de directeur van APPECC (een van de organisaties die voor de Baka werken). Etienne bleek echter voor een spoed-bijeenkomst te zijn vertrokken. Dus startte ik zelf mijn programma.
Ik reed met Samson naar hotel Raphia aan de rand van Lomie, waar we incheckten. Samson ging op zoek naar medewerkers van organisaties die voor de Baka werken. Hij vond al snel enkele leden van ASBAK - de enige organisatie in heel Kameroen die uit louter Baka bestaat. Vier leden van ASBAK wilden mij direct spreken.

Zo zat ik mijn eerste avond in Lomie al rond de tafel met vier Baka. Het waren jongemannen die het Frans goed beheersten. Ze praatten opgewonden door elkaar over de Algemene Ledenvergadering van ASBAK, die de volgende twee dagen zou plaatsvinden in Lomie. Ik introduceerde mijzelf en het NCIV. Het eerste contact was gelegd.

> Lomie, 14 februari
Omdat Etienne nog steeds afwezig was, begaf ik me eerst naar het kantoor van CIAD - een van de zes organisaties die met de Baka werken. Ik werd ontvangen door de directrice Sorell, met wie ik op een wat formele manier kennis maakte. Sorell vertelde dat CIAD de laatste tijd niet meer met de Baka had kunnen werken, omdat ze geen financiële steun hadden weten te vinden. Toch wilde ze er graag mee doorgaan, dus was de kennismaking met het NCIV zeer welkom.

Na dit korte onderhoud stond ik weer buiten. Mijn chauffeur Samson was inmiddels in gesprek geraakt met Louisette, een medewerkster van CIAD, die de Baka projecten had uitgevoerd. In haar kamer vertelde ze me over haar werk. Dit gesprek was veel interessanter en vruchtbaarder dan het gesprek met de directrice; ik merkte direct dat Louisette veel jaren met de Baka had gewerkt.

Ze vertelde me over de sociale organisatie van de Baka: per familie / lineage is er een 'chef', en onder die chefs zijn specialisten op het gebied van de jacht, de visvangst, de dansen, het hutten bouwen etc. Die verschillende specialisten gaan dus over een bepaald onderwerp, maar kunnen nooit de baas zijn over al die onderwerpen.

Louisette legde uit dat de Kameroense overheid met 'chefferies' werkt om de decentralisatie te bevorderen. Elk dorp kiest een chef, die een behoorlijke macht over het grondgebied heeft mits hij door de staat wordt erkend. Veel Baka chefs zijn echter nog niet door de staat erkend, en hebben daarmee geen recht op het land dat ze gebruiken. Ze waren flink op weg om de officiële erkenning te krijgen toen de Kameroense staat besloot het project tot nader order op te schorten. Grote pech voor de Baka. Waarom de Kameroense overheid hiertoe had besloten, kon Louisette me niet vertellen.

Omdat ik erg te spreken was over de kennis van Louisette omtrent de Baka, vroeg ik of ze mee wilde gaan om hen op te zoeken. Ze stemde toe, en we besloten de volgende ochtend bij elkaar te komen om een programma op te stellen.
 
's Middags bezocht ik de organisatie PERAD. Het NCIV had ruim een jaar geleden een projectvoorstel van PERAD binnen gekregen over de Forêt Communautaire bij de Baka (bos dat de gemeenschap voor 25 jaar krijgt toegewezen om gemeenschappelijk te beheren). We hadden het destijds afgewezen omdat het een lange termijn-project was waaraan het NCIV slechts een kleine bijdrage kon leveren. Ook waren er bij een vergelijkbaar project van SNV dingen fout gegaan, en het was ons niet duidelijk hoe die voorkomen konden worden. Maar omdat dit ook een methode was om de landrechten van de Baka te verzekeren, was ik erg geïnteresseerd.

Angèle Ankoh

Ik werd ontvangen door de directrice van PERAD: Angèle Ankoh. Ze was erg hartelijk en gelijk bereid om een aantal bezoeken aan de gemeenschappen te organiseren.

Het project van de Forêt Communautaire was voor de eerste fase inmiddels door Rainforest Foundation gefinancierd, dus zou het goed zijn als ik ging kijken hoe de zaken er nu voor staan.

Angèle, de directrice van PERAD, nodigde me uit om 's avonds samen te eten. Rond acht uur ging ik met Samson naar restaurant Jacky, gerund door de gelijknamige vrouw. Bijna het hele team van PERAD druppelde binnen; Angèle, Brigitte die met de Baka werkt en zelfs hun taal spreekt en drie mannen. Alleen Micheline (zus van Angele) en Judith (de juriste) waren afwezig. We brachten een genoeglijke avond door waarin de dames van PERAD alle Nederlanders memoreerden die in de loop van de tijd in Lomie hadden gewerkt. Ik kende er enkelen van milieu-organisaties. Duidelijk was wel dat de Nederlanders hun sporen hebben achtergelaten.

> Lomie, 15 februari
Om acht uur was ik present bij PERAD om mijn programma bij de Baka op te stellen. Louisette was echter absent. We verplaatsten ons naar het kantoor van Etienne die terug was van zijn missie.

Hij excuseerde zich, en legde uit dat hij in Abong Mbang was om zijn nieuwe organisatie te registeren. APPECC was namelijk ter ziele gegaan omdat een Nederlandse donor de organisatie in haar huidige vorm niet langer wilde financieren. Om zijn werk met de Baka voort te zetten (vooral scholing - APPECC financierde meer dan 50 kleuterscholen voor Baka kinderen), was Etienne genoodzaakt om een nieuwe, kleinere organisatie in het leven te roepen. De situatie bezorgde hem de nodige stress. Hij had immers, na vele jaren werk voor de Nederlandse donor, zijn baan verloren.

Na wat heen en weer gepraat besloten we naar Nomedjoh te gaan. Nomedjoh is het Baka dorp dat de eerste fase van het Forêt Communautaire-traject heeft afgelegd. Etienne en Brigitte, de Baka specialiste van PERAD, stapten in de auto. We reden een klein uur over de onverharde weg richting Yaoudé. Om 12 uur kwamen we in Nomedjoh, het dorp lag te bakken in de zon. Brigitte vroeg de Baka waar de leden van de gemeenschap waren; de meeste waren aan het werk op het land van de Bantoes.

Gelukkig was de chef van de Forêt Communautaire er wel. Hij verzamelde een aantal jongemannen om zich heen (de vrouwen bleven, zoals de traditie voorschrijft, op een afstand), waardoor we een gesprek konden beginnen.

Ik introduceerde mezelf en het NCIV, en vertelde waarom ik geïnteresseerd was in het Forêt Communautaire (FC). De Baka chef knikte. Hij legde uit dat het FC heel belangrijk was voor de Baka omdat het hun landrechten verzekerde. Ze hadden zelf het FC aangevraagd en de eerste fase van het traject doorlopen, dat wil zeggen dat het FC officieel was aangevraagd met toestemming van de betrokken autoriteiten.

Dat was niet makkelijk, omdat de Bantoe buren heftig protesteerden. De Bantoe vonden dat het land langs de weg van hun was, omdat zij er het eerste woonden (wat klopt - de Baka leefden dieper in het bos). Maar volgens de Kameroense wet heeft iedere gemeenschap recht op een FC. Om die reden waren de Bantoe uiteindelijk door de knieën gegaan.

Het probleem was nu, dat er geen financiering was voor de tweede fase van het FC-traject. Er moet een beheersplan worden opgesteld (Plan Simple de Gestion). In dit plan moeten de vegetatie-soorten in het FC worden geïnventariseerd, en de verschillende manieren waarop de Baka hiervan op een duurzame manier gebruik van willen maken. Pas dan kan de officiële titel worden gegeven, en is het FC voor 25 jaar van de Baka.

De Baka mannen bevestigden deze analyse, en zeiden dat ze zo snel mogelijk door wilden gaan met het opstellen van het beheersplan. Omdat ik graag wilde zien wat het 'forêt' nou eigenlijk is vroeg ik of ze me het bos wilden laten zien.

Onder begeleiding van acht Baka mannen trokken we het bos in. Eerst was er nog een klein zandpaadje, maar al gauw werd dat overwoekerd door vegetatie. Dit was een 'foret vierge' - een bos waar nog niet was gekapt. De lucht was buitengewoon vochtig en zwaar, maar door al het gebladerte niet zo warm. De Baka wezen me de grote woudreuzen, de lianen en klommen enthousiast voor de foto in een boom. Ze vonden onderweg een paar grote eetbare paddestoelen. Dit was hun domein, waar ze zich nog steeds goed thuisvoelen. Toen onze weg door een stroompje werd geblokkeerd keerden we terug naar het dorp. Ik bedankte de Baka, waarna we naar Lomie terugreden.

Eenmaal terug in Lomie ging ik met Samson wat eten bij Jacky. We waren net begonnen aan de bakbananen, toen het volledige team van ASBAK binnen stroomde. Ze hadden een lunchpauze van hun Algemene Vergadering. Ik verbaasde me over het team; van de ongeveer 15 Baka waren er slechts twee vrouw - de vrouwen van de voorzitter en van zijn broer. Alle mannen waren weldoorvoed en sommigen waren zelfs ronduit dik. Net als bij andere Afrikaanse leiders kon je hier de chefs herkennen aan hun omvang.

ASBAK had van een Nederlandse donor financiering gekregen voor de komende drie jaar. Toen ik zag hoeveel eten de ASBAK-leden opschepten vroeg ik me af of ze waren gekomen om te werken of te eten...

> Lomie, 16 februari
Een serieus veldbezoek stond vandaag op het programma. In onze 4wheeldrive gingen mee: Brigitte (PERAD), en Louisette (CIAD). We stippelden een rondreis uit, met als uiterste puntje het dorp Mesok.

Na een uur rijden kwamen we langs het Baka dorpje Ngola. PERAD had daar het idee om een dorpswinkeltje op te zetten. Er was al een hut voor gebouwd, maar bij aankomst bleek de Baka chef van het dorp daar zijn huis van te hebben gemaakt. In plaats van zout, suiker en meel, lag er op de grond en stapeltje kleren en het matras van de chef. Ik moest er nogal om lachen; met hun cultuur van “le partage” (alles delen) zouden de Baka toch al moeite hebben met een commerciële winkel.

Toen ik een paar foto's maakte, boden de Baka aan om te dansen en muziek te maken voor de onverwachte gasten. De vrouwen begonnen hun polyfonie: oeh-oe-hoe-oe. Een man trok een rieten rokje aan en danste op het ritme van de trommels.

Baka hut
Op de terugweg kwamen we langs het dorp Bosquet – een dorp van meer dan 1000 Baka. Hier had SNV het eerste Forêt Communautaire opgezet. Er was markt, omdat de Baka net hun inkomsten hadden gekregen van het Forêt Communautaire. De Bantoes waren van alle kanten toegestroomd om hun waren te verkopen: kleren, eten, drank. Van het geld dat de Baka hadden verdiend tot op heden, hadden ze voor de dorpsgemeenschap een palmolie-plantage opgezet en een paar afdakjes gemaakt.

Verder hadden ze het ieder voor zich opgesoupeerd. Volgens Brigitte van PERAD had SNV geen begeleiding had gegeven bij het ingebruiknemen van het FC. Die begeleiding was wel nodig geweest op de opbrengsten van de FC voor de gemeenschap in te zetten. Een les voor de toekomst.

> Lomie, 17 februari
Met Valère Ndjema een bezoek gebracht aan een dorp waar ASBAK met de lokale bevolking werkt. Valère had de mensen niet op tijd verwittigd over ons bezoek, dus moesten ze nog opgetrommeld worden.

In afwachting van hun komst dommelde hij in. Tijdens het gesprek liet hij zich domineren door een Bantoe die aanwezig was, en vergat halverwege te vertalen in het Frans. Een wandeling langs de velden waar de Baka werken, leverde mij ook niet veel informatie op. Zou dit het werk zijn van ASBAK, of waren de velden er al voor die tijd? Het werken met de gemeenschap is moeilijk en intensief, en niet iedereen heeft daar belangstelling of aanleg voor. Mijn observaties van Valère in actie deden mij vrezen dat hij nog de belangstelling, nog de aanleg heeft.

> Lomie – Yaoundé, 18 februari
Tijd om weer naar Yaoundé te gaan. We haalden Brigitte van PERAD op, en gingen op weg. Om  tien uur 's ochtends een afspraak in het Baka dorp Elandjo met Helene Aye Mondo. De Baka vrouw Helene had haar eigen organisatie opgericht, CADDAPP. Ze zou deze ochtend een workshop geven in Elandjo.

Een paar jongens met speelgoed

We wachtten een uur op Helene, maar ze kwam niet opdagen. Ik slenterde wat door het dorp, wilde een paadje inlopen dat met palmbladeren was afgeschermd.

Brigitte riep me echter geschrokken terug. Dit paadje was voor Djinga, de God van de Baka! Alleen geïnitieerde mannen mochten hier langs.

Toen we doorreden, troffen we Helene vlakbij Abong Mbang. Haar auto had pech en was zojuist gerepareerd. We reden naar Helene's kantoor en wisselden informatie uit. In tegenstelling tot Valère, maakt Helene wel een actieve indruk naar de gemeenschappen toe. Dat geeft hoop voor de Baka die hun eigen organisatie runnen. Na dit bezoek reden we door naar Yaoundé.

Onderweg kocht de chauffeur Samson een dikdik, een nog levend gordeldier en bakbananen voor de begrafenis van zijn broer. Brigitte kocht van de Baka twee bosaapjes, die ze aan haar zoon en zus in de Yaoundé cadeau wou geven. In het donker kwamen we in Yaoundé aan, waar ik mij weer meldde bij hotel Tango.

Ruth Jansen was in Kameroen voor de evaluatie van twee GRIP-projecten*. Zij was tot eind 2007 regiomedewerker Afrika en bij het NCIV het aanspreekpunt voor Centraal- oost- en zuidelijk-Afrika. Ze schreef dit weblog op persoonlijke titel.

* GRIP is bedoeld ter ondersteuning van kleinschalige projecten van inheemse volken op lokaal niveau om hun rechtspositie te versterken. Het gaat daarbij vooral om het recht op vrede en veiligheid, het recht op behoud van eigen cultuur, het recht op zelfbeschikking, het recht op land en op bestaansbronnen, het intellectueel eigendomsrecht, gelijkberechtiging van inheemse vrouwen en mannen en het recht op bescherming van inheemse kennis.

^

NCIV Postbus 94098 1090 GB Amsterdam e-mail: info@nciv.net
Sluit Maasai