![]() |
> Het
lot tarten, 13 juli 2007 Ik ben onderweg naar de Russische deelrepubliek Altai, aan de noordgrens van Mongolië, voor een evaluatie van een vorig jaar door GRIP* gesteund programma van inheemse volken. Vlak voor Moskou belandt het vliegtuig in een angstaanjagende onweersbui. We mogen niet landen, en vliegen drie kwartier door flinke turbulentie en af en toe een vrije val. Misschien leuk in een Efteling-attractie, maar hier niet! De aansluitende vlucht heeft door het noodweer negen uur vertraging, en het is in de volgepakte vertrekhal moeilijk een plekje te vinden om te zitten. Als we om drie uur ‘s nachts uiteindelijk toch vertrekken, is het zaterdag de 14e. Zonder verdere problemen bereiken we Barnaul, de hoofdstad van de Altai Territory. > Barnaul,
14 juli De oorspronkelijke bevolking is nu ver in de minderheid. Toch kun je niet bepaald zeggen dat het land tot de laatste vierkante meter is gekoloniseerd. Er wonen er in de hele Altai Republic, met een oppervlakte groter dan Nederland, niet meer dan 230.000 mensen. De grootste groep niet-Russen en niet-Kazakhstanen wordt gevormd door de Altai-Kizhi (62.000). Ze hebben van Moskou geen officiele status van inheemse minderheid gekregen. Het talrijkst van de wel erkende “low-population native” volken zijn de Telengit: 2368 mensen volgens de laatste census, maar dat cijfer zou geflatteerd kunnen zijn. Verder zijn er in Altai de Tubalar (1500), Kumandin (931), Chelkans (855), Shors, (aantal onbekend), en Teleut (32). Kleine groepen, waarvan vooral de Telengit, in het onherbergzame en economisch minder interessante zuiden, hun taal en nomadische levenswijze nog aardig bewaard schijnen te hebben. > Gorno-Altaisk,
15 juli Wat opvalt is dat LIENIP vooral uit vrouwen bestaat, enkelen van hen bezoeken regelmatig VN-conferenties. Ze hebben veel weet van internationale wetgeving, en hoe die niet wordt erkend door de Russische regering. De paar mannen in het gezelschap zitten er wat stilletjes bij. Als het gaat over de economische omstandigheden in de dorpen worden ze echter spraakzaam. Na de val van het communisme werden land en landbouwmachines verdeeld onder de verschillende huishoudens van de vroegere kolchozen (grootschalige gemeenschappelijke boerenbedrijven). Om aan geld te komen verkochten mensen de machines al gauw terug aan de officials die destijds de kolchozen hadden geleid. Ze hadden geen benul van geld en de waarde van de machines, en kregen er weinig rubels voor. Nu hebben boeren nog wel stukjes land, maar geen machines meer om het te bewerken. En ook het land staat onder druk. Altai is een toeristisch gebied in opkomst, en steeds meer Russen van buiten Altai kopen er land, bos en zelfs viswater om het te “ontwikkelen”. De plaatselijke bevolking mag soms zelfs geen paddestoelen en bessen meer verzamelen, en oevers van rivieren en meren worden afgezet met hekken en bewaakt met honden. Het is een bekend verhaal. Snel groeiend kapitalisme maakt vooral een kleine bovenlaag in Rusland erg rijk, en leidt een grote onderlaag, waaronder de inheemse bevolking, onvermijdelijk naar de armoe. Een sociaal vangnet is er niet. De werkloosheid groeit, en alcoholverlaving in de dorpen is een groot probleem. Er wordt verwachtingsvol naar me gekeken. Dat zijn altijd vervelende momenten, want ik moet uitleggen dat wij als buitenlandse ngo ook maar weinig invloed hebben en niet meer dan een heel klein steuntje in de rug kunnen geven. En dat we het vooral van netwerken en solidariteit, morele steun dus, moeten hebben om verder te komen. > Gorno-Altaisk,
16 juli Terwijl ik op een oud stoffig kantoor moet wachten op de verwerking van mijn visumregistratie, zoek ik met mijn gezelschap een plek om iets te eten. Tot mijn verbazing gaan we een hoog flatgebouw binnen. Op de eerste verdieping blijkt zich een grote blauw geschilderde kantine te bevinden, waar acht dames met hoge koksmutsen op in ketels en pannen staan te roeren. We bestellen “kampot”: gedroogde appels, pruimen en andere vruchten die aan de kook zijn gebracht en uitgegoten in glazen. Voor mij verder de komkommersoep, de slappe koffie en de wortel-kool-appelsalade. Oude Sovjet-symbolen aan de muur, heroiek van blozende mannen en vrouwen aan het werk in korenvelden. Eronder een moderne kassa waar het eindbedrag op wordt aangeslagen en het bonnetje geprint. Maar de oude mevrouw erachter gebruikt eerst het houten telraam naast de kassa om de optelsom te maken. > Gorno-Altaisk,
17 juli Ik vertrek morgen naar het zuiden van Altai voor een ontmoeting met Telengit leiders die ons een projectvoorstel hebben gestuurd. Daarna weer terug naar het noorden, voor een ontmoeting met enkele andere deelnemers van de conferentie, in de regio Kemorovo. Vervolgens door naar de deelrepubliek Khakasia. Het wordt behalve veel praten ook veel onderweg zijn, vrees ik. Het is heet in de zomer in Siberie (35 graden), en er zijn veel muggen. Maar het belooft een boeiende reis te worden.
> Terug
in Gorno-Altaisk, 23 juli Het scheurtje, opgelopen door steenslag, groeide gestaag uit van 5 cm uit tot meer dan 30 cm. Maar we hebben het gehaald met voorruit en al. Heel prettig, want toen we aankwamen in Gorno-Altaisk waren we in zwaar onweer beland en kwam de regen met bakken uit de hemel.
Altai is een oud gebied. Hoewel het overwegend groen en bebost is, zijn er zelfs midden in de zomer bergen die bedekt zijn met een dikke laag ijs. Een jaar of wat geleden is in een van die bergen 'de prinses' ontdekt: een goed geconserveerde ijsmummie. Altai is bezaaid met grafheuvels en stenen monumenten en er worden wel meer mummies gevonden, sommige duizenden jaren oud. Maar deze ene ijsmummie zou cruciale informatie geven over de oorspronkelijke bewoners. Althans dat beweerde Moskou: omdat de huid van de mummie ontbrak, maakten Russische wetenschappers een fraaie reconstructie van een adellijk uitziende dame met een blanke huid. 'Historisch bewijs' dat de Russen al van oudsher in Altai aanwezig waren. Altai wetenschappers lieten het er niet bij zitten en maakten hun eigen reconstructie: ook een prinses, maar dan wel een met een donkere Turks-Mongoolse huid! Het onderwerp werd breed uitgemeten in de media, en in veel huizen hangt tegenwoordig een schilderij van de prinses – met lichte of donkere huid, al naargelang de politieke voorkeur van de bewoners. De kwestie of Altai een deelrepubliek moet blijven, gewoon een provincie van Rusland moet worden of net als het naburige Kazakhstan juist helemaal onafhankelijk moet worden, is voorlopig nog niet opgelost.
> Geen
valse hoop Mijn ontmoeting in het dorp Kyzyl-Tash verliep aanvankelijk dan ook stroef. Ik moest betalen voor mijn verblijf, en zelf mijn eten kopen en klaar maken. De Telengit schijnen niet zo overtuigd van de goede intenties van ngo’s. Er waren al te vaak mensen geweest die hun van alles en nog wat beloofden waar niets van terecht kwam. Wie waren die mensen, vroeg ik? Dat wilden ze niet zeggen, en dat vond ik eigenlijk wel zo netjes… Nadat ik duidelijk had gemaakt dat ik absoluut geen valse hoop wilde creëren, maar alleen wat meer over de achtergrond wilde weten van het projectvoorstel dat ze nota bene zelf hadden ingestuurd, ontdooide het ijs een beetje. De volgens officiële tellingen 2.368 Telengit in Altai zijn de Sovjet-tijd vrij goed doorgekomen, spreken hun eigen taal en leiden ook nu nog een relatief autonoom bestaan op de steppen aan de voet van de berg Aktru. > Oliedollars
en Russische toeristen
Een andere zorg van de Telengit is dat er steeds meer Russische toeristen arriveren die lak hebben aan hun heilige plaatsen, en het land vervuilen en zelfs vernielen. We maken een rondrit over de steppen en door de bossen, en zien inderdaad een paar grote kampen waar autorallies en paragliding-competities aan de gang zijn. Naast de 'yurt' (Mongoolse tent) die ik huur aan de rand van het dorp hebben een paar luidruchtige Russen uit Novosibirsk hun kamp opgeslagen, en de wodkaflessen en etensresten liggen al gauw her en der verspreid. Of ik zin heb om mee te doen met een spelletje? Wat voor spelletje, vraag ik? Pistoolschieten. Ook vinden ze het leuk om messen te gooien naar de honden van de Telengit.
> Ontzettend
verliefd Oleg en Urmat wonen simpel, zijn niet welvarender dan de doorsnee Telengit. Ze zijn democratisch gekozen door de gemeenschap. Dat, en hun ideeën en uitstraling, geeft mij veel vertrouwen in hun kunnen. Urmat is zo eerlijk te vertellen dat hij is gekozen in de plaatselijke politiek, en daarom zijn lidmaatschap van de Telengit organisatie Kaan-Kurai heeft opgezegd. Om belangenverstrengeling, of in elk geval de schijn daarvan, te voorkomen. Petje af.
Op de laatste dag word ik zelfs uitgenodigd op een Telengit bruiloft. Het kost wat moeite om de alcohol af te slaan. Eerlijk gezegd hou ik niet zo van het lokaal gebrouwen spul, gemaakt van oude melk, dat ruik je maar al te goed. De schaslik van schapevlees gaat beter. Het is oppassen geblazen voor dronken mannen. Bijvoorbeeld als ze met je willen praten en denken dat je ze niet wilt begrijpen. Die schaslik-spietsen zijn vervaarlijk lang en scherp, en Oleg haalt er geregeld een uit de handen van een opdringerige 'gesprekspartner'. We kunnen nog net op tijd wegspringen als iemand in de auto is gestapt en vol gas achteruit rijdt. Maar dat is allemaal normaal op een feestje in Altai. En in heel Rusland, vermoed ik. De Telengit houden van raadsels. Zoals? Twee vrouwen die ontzettend verliefd zijn op dezelfde man nodigen die man uit voor een boottochtje. Midden op het meer zetten ze allebei een pistool op zijn hoofd. “Als je niet met mij trouwt, schiet ik je neer!” komt het uit twee monden. De vraag is: hoe redt de arme man zich uit deze situatie? NB: hij gebruikt alleen woorden, en ze overleven het alledrie. De oplossing volgt! Onder de goede inzenders verloot ik een beginnerscursus Telengit, gekregen van Oleg.
> Tevreden
gevoel Toch verlaat ik Kyzyl-Tash met een tevreden gevoel. Omdat de Telengit zinnige ideeën blijken te hebben over hun toekomst, en we daar misschien wel iets aan kunnen bijdragen – bijvoorbeeld met het GRIP-fonds van het NCIV. Ze willen een “legal-informational center” opzetten, waar mensen terecht kunnen voor juridische bijstand bij landconflicten, en waar geprobeerd zal worden toeristen voorlichting te geven over hoe zich te gedragen op Telengit grondgebied. Ook willen de Telengit een kaart maken van hun voorouderlijk gebied - het zogenaamde “Territory for Traditional Landuse” zoals dat op dit moment wordt mogelijk gemaakt door de Russische federale wetgeving. Nee, beloften heb ik niet gedaan.
> Belovo,
26 juli Het was de eerste keer dat er in dit gebied iets dergelijks werd georganiseerd. Er waren specialisten uit Moskou met kennis over de Russische wetgeving ten aanzien van inheemse volken, en er namen ongeveer 30 inheemse mensen deel. Onder de deelnemers bevonden zich tien Teleut en drie Shors uit de omgeving van Belovo. In de hele Russische Federatie zijn er nog maar 3.000 Teleut, 1.700 daarvan leven in de Kemorovskaya oblast. Het seminar werd over het algemeen erg gewaardeerd, zo bleek tijdens onze ontmoeting met een aantal ex-deelnemers op het regiokantoor van LIENIP. De gedachte dat inheemse volken niet alleen staan in hun problemen, maar erkenning krijgen vanuit het buitenland (door de VN en ngo’s zoals wij) heeft een heel motiverende uitwerking. Er zijn dan ook verschillende initiatieven ontplooid na afloop van het seminar. Zoals petities in verband met de mijnbouw en gebrek aan voorzieningen in de dorpen, en het idee om een nationaal congres te organiseren voor Teleut. > Portret
van Anna Tydykova
In de jaren ’90 werd ze voorzitter van het lokale 'Committee for Self-Governance', door de regering van Kemerovo opgericht om de Teleut een gevoel van autonomie te geven. Ze kwam er al gauw achter dat dat mooi klinkende zelfbestuur in werkelijkheid een holle frase was: het comité moest gewoon beleid en programma’s van de Russische regering uitvoeren. Anna probeerde met geld dat beschikbaar was gesteld voor festivals (dansen en andere soorten van folkore) een paar oudere mensen in haar dorp te helpen, maar dat werd haar niet in dank afgenomen. De bejaarden in Rusland hebben het moeilijk: de pensioenen zijn laag, en vele proberen in de stad met de verkoop van bessen, paddenstoelen of zonnepitten wat bij te verdienen. Hoogbejaarde vrouwen zitten soms de hele dag op de hoek van de straat of bij een benzinepomp, om te proberen een paar roebels te verdienen. Hoewel ze niet bereikte wat ze eigenlijk wilde, heeft Anna als voorzitter van het comité toch het een en ander voor elkaar gekregen. Zoals de veiligstelling van graasgrond van de voormalige kolchoz, voor gemeenschappelijk gebruik van de mensen in het dorp. Vol trots laat ze me de vroegere korenvelden zien. Ze betalen er zelfs geen belasting over! > Ongunstige
wind Die mensen, ook al op leeftijd, hebben zelfs een buizensysteem door hun huis aangelegd dat is aangesloten op de grote houtkachel in de keuken. En driedubbel plastic glas in de ramen, zodat het huis in de winter veel beter warm blijft! Het is Anna’s droom om ook zo’n huis te hebben. Of daar geen speciale projecten voor bestaan, vraagt ze me schertsend. Als we over de naburige en steeds meer oprukkende kolenmijn praten, wordt ze somber. Bij ongunstige wind is de lucht zwaar van stof, en schoon drinkwater is het hele jaar door een probleem. Er wordt weliswaar gratis water aangevoerd met vrachtwagens, maar in de lange en strenge winters kunnen die het dorp niet bereiken. Gelukkig kan de kolenmijn zijn afvalwater in diezelfde periode niet in de bevroren rivier lozen, en is die dan relatief schoon. De dorpelingen kunnen een wak hakken om er water uit te halen. > Anna
in de winter
We praten over medische voorzieningen in het dorp. De voorzieningen in de stad zijn ver weg, en duur. Gebruiken de Teleut nog traditionele medicijnen? Nee, maar 20 jaar geleden nog wel. Toen leefde er in een aangrenzend dorp een familie die een mineraal had dat allerlei soorten kwalen herstelde. Niemand wist hoe die mensen aan dat medicijn kwamen, maar ze stelden het gratis beschikbaar aan andere Teleut. > Wondermedicijn Anna’s broer overleed aan de gevolgen van radioactieve straling, opgelopen tijdens testexplosies van kernwapens. Anna is goed op de hoogte van de rechten van inheemse volken. Ze is positief over het door GRIP gesteunde seminar, vooral omdat op die manier de jongere generatie Teleut wordt geactiveerd. “We hadden deze voorlichtingsprogramma’s in de beginjaren ’90 moeten hebben, toen de nieuwe wetten net van kracht waren”, zegt ze. “Dan waren misschien veel dorpen gered!” Anna was een van de weinigen die zich destijds verdiepten in de nieuwe Russische wetgeving voor de Teleut en andere inheemse volken. Ze heeft eigenhandig wetten gekopieerd en gedistribueerd, en onder de neus geduwd van de officials van de overheid. Daar heb je haar weer, zullen die wel gedacht hebben. “Zet me maar op internet!” zegt Anna aan het eind van ons bezoek. “Laat de wereld het maar weten!”
We bezoeken later die dag nog de 'Teleut microregio', een wijk van Belovo waar veel Teleut wonen die naar de stad zijn vertrokken. Het gesprek met de vader van Ulia, die het regiokantoor van LIENIP runt, loopt al gauw uit op een drinkgelag. Hij begint emotioneel te vertellen over allerlei familieomstandigheden, geheimen die hij nog nooit aan mensen buiten zijn eigen familie heeft verteld. Maar goed, hij beschouwt me dan ook als zijn broer… Nee, hier schiet ik niet veel mee op. Inmiddels weet ik gelukkig hoe ik de wodka en konjak moet afslaan zonder anderen boos te maken. > Khakasia,
1 augustus De Khakas en Shors van Khakasia werken, net als de Altai volken, aan herleving van hun cultuur. Er wordt daarbij teruggegrepen naar oude symbolen en rituelen die in de Sovjet-tijd streng verboden waren. Khaka sjamanen werden jarenlang gevangen gezet of vermoord, maar nu zijn er her en der weer een paar te vinden. Samen met Lev bezoek ik “Camp Kug”, een oude heilige plaats van de Khakas. We komen aan in een lieflijk landschap, vol kruiden en bloemen en omgeven door heuvels. Op een ervan bevindt zich een rotsformatie waarin de plaatselijke bevolking een “oude man met pijp” herkent. Een half uurtje lopen er vandaan moet een grote rechtopstaande witte steen staan, weet Lev. Als we de steen hebben gevonden ontmoeten we een Khaka familie van vijf personen, op de motor met zijspan uit Abakan afgereisd om te profiteren van de heilzame werking van de steen.
De vader van de familie vertelt dat hij hier vlakbij is geboren, maar in zijn jeugd nooit van de steen heeft gehoord. Er worden voedsel, snoepjes en sigaretten neergelegd. De ouderen uit de omgeving weten dat in een volmaakte driehoek met de steen en de man met de pijp vroeger nog een derde rotsformatie stond: “Baboeshka”, grootmoeder. Baboeshka werd door het rode leger opgeblazen. Lev vindt het belangrijk om de Khaka bevolking te informeren over hun eigen geschiedenis, en heeft kort na de oprichting van zijn organisatie een voorstel gestuurd naar GRIP om een informatiecentrum op te richten. “De officiele geschiedenis leerde ons lange tijd dat de Russen de Khakas beschaving hadden gebracht. Maar onze cultuur is vele duizenden jaren oud! Hoe kunnen de Khakas begrijpen wat het betekent om rechten te hebben, als ze geen weet mogen hebben van hun eigen cultuur en geschiedenis?” GRIP heeft het projectvoorstel niet gesteund, maar ik probeer wat meer van de achtergronden, en het mogelijk belang van zo’n informatiecentrum, te weten te komen. In heel Khakasia zijn oude grafheuvels en rotsinscripties, sommige uit de tijd van de Tagars (5.000 jaar geleden), andere nog ouder. Overal in het landschap zien we cirkels waar het gras anders van kleur en lengte is, omdat boeren er vanwege de grafstenen omheen moeten maaien. Stenen met bijzondere werking, zoals de witte steen in Camp Kug, zijn zeldzamer, zegt Lev.
We bekijken een zwarte steen, die staat op een plaats waar wetenschappers hoge straling uit het heelal hebben geconstateerd. Deze steen sluit volgens de Khakas negatieve energie in zich op, en zou op die manier de plaatselijke bevolking duizenden jaren lang hebben beschermd. Toen hij in 1954 werd weggehaald en overgebracht naar een museum, volgde een periode waarin mensen ziek werden en er onheil kwam over de dorpen waar de steen had gestaan. Na lang aandringen is de steen enkele jaren geleden teruggeplaatst op zijn oorspronkelijke plek. Hij trok al gauw zieken van heinde en verre, op zoek naar genezing. Een sjamaan met ondernemingszin heeft er nu zelf een museum van gemaakt. Er is een gebouw omheen geplaatst en ernaast is een traditionele “ail” ingericht. Entree 20 roebel, voor buitenlanders 100 roebel! Ik ben erg onder de indruk van de aanblik en geschiedenis van Khakasia. De Khakas zijn op zoek naar hun geschiedenis en culturele wortels, het mag weer van de staat. Niemand maalt erom dat de stenen en graven die herontdekt worden waarschijnlijk helemaal niet van hun eigen voorouders zijn, maar van andere groepen die elkaar lang geleden bevochten. > Wat
kan een Khaka beginnen…
Ik stel de vraag aan een oude mevrouw die bijen houdt, terwijl we een grote pot honing kopen. “Vijf jaar geleden kwam er een groep archeologen”, vertelt ze. “We hebben nog gezegd dat het niet mocht. Het is de rustplaats van onze voorouders, maar ze gingen toch aan het graven. Ach, wat kan een Khaka beginnen…”. Een veel gebruikt gezegde onder Khakas, fluistert Lev me in het oor. Ik worstel met de vraag of GRIP een centrum voor informatie over cultuur en rechten voor de Khakas moet ondersteunen. Ik praat erover met Lev, vertel hem dat wij ook financiele beperkingen hebben. Hij dringt niet aan, hij is trots dat hij bezoek krijgt en is blij dat hij zoveel van zijn land kan laten zien. De rijke geschiedenis staat in schril contrast met de moeilijke situatie nu. “De officiele geschiedenis verzwijgt het, maar wij hadden in Khakasia echt alles wat je je maar kunt voorstellen! Zijde, damast, goud... Mensen wisten niet eens hoeveel schapen ze precies hadden, er zwierven er duizenden over de steppen. Toen de kinderen van de Russen in hun dorpen nog op blote voeten liepen, liepen onze voorouders in laarzen van leer. Maar nu? Nu is het andersom.” Toch zit Lev vol plannen voor de toekomst, voor een herleving van de cultuur en verbetering van de sociale omstandigheden van zijn volk. Ik ben erg benieuwd of het hem gaat lukken. Ik hoop stiekem dat het NCIV via GRIP, of anderszins, daar een steentje aan kan bijdragen.
Rusland zit vol verhalen. Over de harde hete wind bijvoorbeeld die 's zomers vrij spel heeft in de vlakten van de steppen, en soms gepaard gaat met vlagen warme motregen. “Khakas (de oergeest) blaast weer over zijn schotel hete thee”, zeggen ze dan in Khakassia. Of het verhaal dat je voor een kilo muggenneuzen (het orgaan waar muggen mee steken!) 1000 roebels krijgt van artsen, omdat die die neuzen nodig hebben voor medisch onderzoek. Hoe lang zou je bezig zijn, voor je een kilo muggenneuzen bij elkaar hebt, vragen mensen zich af? Muggen genoeg in Siberie, en aan roebels is altijd gebrek, dat is duidelijk. Weer terug op kantoor houden de verhalen op. Ik ben alleen het antwoord nog schuldig op het Telengit raadsel. Dat van die man midden op het meer met twee wanhopige aanbidsters, en twee pistolen op zijn hoofd. Hoe daarmee om te gaan? Hij zegt: “Ik trouw met degene die het eerst haar pistool in het water laat vallen!”. Gewoon een kwestie van Telengit koelbloedigheid.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
NCIV
Postbus 94098 1090 GB Amsterdam e-mail: info@nciv.net |
![]() |